EindexamenExpositie

Wednesday, June 21, 2006

De expositie vind plaats zaterdag 17 t/m zondag 25 juni, in het Groot Handelsgebouw op 1 minuut lopen vanaf Rotterdam CS De opening is op zaterdag 17 juni, 14:30 uur. Verder dagelijks geopend van 10:00u - 17:00u, behalve op maandag 19 juni.

Ik zal zelf vooralsnog aanwezig zijn om m’n werk toe te lichten op zaterdag 17 juni, dinsdag 20 juni, donderdag 22 juni, zaterdag 24 juni en zondag 25 juni, vanaf een uur of 2 tot 5 ’s middags. Maar laat het even weten als je komt, dan zorg ik dat ik zeker aanwezig ben, evt. buiten de geplande tijden.

Groot Handelsgebouw (3e en 4e etage), via de hoofdingang staat alles aangegeven. Het is ook mogelijk in Rotterdam Centraal bij de kiosk het tunneltje naar rechts te nemen, om de bouwput heen en via ingang E naar binnen.

Hierbij wat foto’s/filmpjes van mijn projecten…

deAkoestischeStad-MichaelvanSchaik.avi

Beschrijving de Akoestische Stad (.pdf)

visits.JPG
Het browser-project is natuurlijk online te bekijken;
archusproject.org

Ook als je niet naar de tentoonstelling kunt komen, ben ik erg benieuwd wat je ervan vind! (via email/telefoon of laat hier een bericht achter)

CUM LAUDE!

Thursday, June 8, 2006

M’n eindexamen is gisteren beoordeeld als Cum Laude geslaagd! later meer…

snelle update III

Tuesday, June 6, 2006

PFFF!

En de nieuwe, verbeterde versie (al zeg ik het zelf…) van de browser-presentatie-site staat online:

http://archusproject.org

Nog een paar uurtjes werken aan een paar kleine verbeteringen, en dan eindelijk weer eens een paar uurtjes slapen… :-)

snelle update II

Tuesday, June 6, 2006

Picture 2.pngPicture 1.png
PS; dig; Aphex Twin - Every Day (!)

snelle update

Tuesday, June 6, 2006

visualSOUNDsystem.png
Pfff… al enkele nachten amper geslapen; het programmeren van ‘visualSOUNDsystem’ leverde zo op het laatst, toen ik dacht dat ik klaar was nog enkele dagen werk op. Er zaten enkele kleine bugs in, maar als je de installatie op zichzelf wilt laten draaien zal hij toch praktisch bugvrij moeten zijn… (bizar; één bug genereerde op de een of andere manier fouten die opstapelden, waardoor er geluid ontstond, steeds harder, dat helemaal niet in het systeem voorkomt… Over glitch gesproken… Ik heb hem een tijdje door laten gaan, maar op een gegeven moment werd mn hele computer heet incl. brand/smeltlucht… Gelukkig heb ik die fout er redelijk makkelijk uitgekregen)
Nu is het SOUND project klaar en ook nog wat begeleidende posters, incl. legenda. Maar nu hou ik wel erg weinig tijd over voor het wijzigen van de Archus-browser site. Heel heel hard werken… En hopen maar dat het op tijd afkomt.

Archus browser site;
http://archusproject.org

Screenshots nieuw ontwerp:
screen_wel.pngscreen_niet.png

visualSOUNDproject is te downloaden, inclusief pdfs, als .zip document (100 mb, flashplayer8)
http://beta.michaelvanschaik.nl/visualSOUNDsystem.zip

Als je via het menu de andere straat laadt, werkt de besturing niet (waarom weet ik nog niet helemaal), dus de andere straat kun je voor nu beter openen door dubbelklikken op het bestand.

Verder, de besturing om de lagen aan/uit te zetten;
t = infrastructuur
v = architectuur
y = meublilair
x = natuur/planten
z = reklame
m = mens
4 = verbindingen

1 = foto

En wordt het uiteindelijk niets, kan ik de hele boel altijd nog in elkaar laten smelten… >:-)

update browser > modulair(!)

Sunday, May 21, 2006

a de roenlicht-adviezen over het browser project heb ik hiermee een tijdje vastgezeten. Niet in de zin dat ik niet wist welke kant het op kon, ik had juist teveel kanten om op te gaan, waar ik te lang in ben blijven rondkijken.

en van de belangrijkste adviezen na de groenlicht was te kijken naar wat ik echt bruikbaar zou vinden aan een nieuwe browser, zonder te letten op maakbaarheid. Ik ben lang bezig geweest met bedenken wat dan, naast de drie extensies die ik al bedacht had nog meer handige, bruikbare extensies zouden kunnen zijn. Ik kwam vooral op veel dingen die op een bepaalde manier al bestaan, bovendien ging het mij vooral om de manier waarop met de data word omgegaan, waardoor ik me in deze richting niet lekker voelde.

Daarna ben ik gaan zoeken om dan m’n ideeën als een soort reader naar buiten te brengen; dit zou moeten gaan over het verschil tussen de mappen-structurering zoals die nu in bv. favorieten te vinden is, en mijn alternatief van linken op 2 niveaus icm tagging, associatief e.d. Het idee zou dan zijn m’n ideeën over te brengen door mensen actief handelingen te laten doen die je eigenlijk digitaal zou willen kunnen doen. (Dus bv. met drie verschillende kleuren pen associatieve links aanbrengen e.d.) Op zich ben ik nog steeds voor een fysieke-variant, maar deze uitvoering gaat me te veel specifiek over de drie tools, bovendien kon ik geen goede reden vinden om iets dat eigenlijk digitaal zou moeten zijn op papier uit te werken.

Nu ben ik op een punt waarop de dingen (eindelijk) bij elkaar lijken te gaan komen!; In verschillende gesprekken, heb ik nu m’n ideeën aan kunnen scherpen tot enkele sleutelwoorden;

web 2.0 (in de zin van versnipperdheid en gebruikmaking van allerlei bronnen/feeds)
interactiviteit (persoonlijke controle over functionaliteit websites, technisch en inhoudelijk)
- associatief linken/aantekeningen maken (als voorbeelden van interactiviteit)
customizability (browsers moeten niet bepalen hoe mensen van het www gebruik maken, maar mensen moeten browsers beter kunnen gebruiken als extensie van het menselijk functioneren)
- bookmarklets (als voorbeeld van customizability)
- bruikbaarheid naar activiteit (’vrijsurfen’/onderzoek/publiceren)
- alternatieve functionaliteit (verschillende ‘bruikbaarheden’ kunnen worden opgeslagen)

Het idee is nu meer gebruik te maken van de aansluiting die m’n ideeën al vonden bij bestaande ontwikkelingen op het web, het is op dit moment een zeer interessante tijd, het web is hard op weg naar ‘web 2.0′. Hiermee wordt het web opener, iedereen wordt bijvoorbeeld meer producent van informatie en daardoor is informatie ook steeds meer verstrooid over het hele internet ipv op enkele centrale plaatsen. Deze omslag is bijvoorbeeld ook te merken aan de gigantische vlucht die de open source projecten op dit moment maken. De basis van deze ontwikkelingen is echter vaak dat ze zich voegen naar de bestaande conventies. Zo ontwikkeld een open-source project als Firefox zich eerder tot de zoveelste variant van GUI-style browsers, zeg Internet explorer (Firefox is een afstammeling van Netscape). Maar er zijn maar weinig projecten die zich echt richten op nieuwe manieren van gebruikmaken van dit veranderende web.

En dat is dus een interessante richting voor mijn project om in te slaan. Het idee is nu dan ook een modulaire browser te bedenken/ontwerpen, die bestaat uit vele verschillende modules die de gebruiker aan of uit kan zetten. Hierdoor past de browser zich echt aan aan de gebruiker (ipv andersom). Deze browser zou op zijn beurt natuurlijk open source moeten zijn, waardoor door iedereen nieuwe komponenten kunnen worden ontwikkeld. Mijn ideeën van associatief linken en interactiviteit kunnen deel uitmaken van de eerste set komponenten, en het is ook niet erg meer als bedachte functionaliteiten al bestaan als bv. bookmarklets. (Dit geeft alleen maar aan dat de ideeën in deze tijd passen).

Mensen kunnen naar gelang hoe ze browsen op deze manier verschillende (persoonlijke) browsers ‘groeien’, ook in verschillende varianten. Zo kan ik me voorstellen dat een kunstenaar de module voor associatief linken aanzet, terwijl een weblogger juist vaker gebruik zal maken van de weblog-module i.c.m. rss-/logtrackers (bestaan die?).

Aan de slag…

Installatie

Friday, May 19, 2006

Vandaag voor de sound-installatie wat materiaal ingeslagen, onder andere trackball om hem te bedienen, en ook een oud toetsenbord omgebouwd tot enkele knoppen om de verschillende geluidslagen mee aan en uit te zetten, en het werkt!
lekker gesoldeerd enzo…

Het geheel zal uiteindelijk verwerkt worden tot een installatie met beeld en geluid.

knoppen.jpg

Tussenstand

Thursday, May 18, 2006

audiostuff_rad.jpgaudiostuff_rad.jpg
SOUND;
- Ben bij Radboud langsgeweest (geluidskunstenaar), die heeft me heel veel uitgelegd over aanslag, toon en het opnemen van geluid e.d., heel interessant; hij was ook zo vriendelijk mij wat microfoons/opnametools te lenen (zie foto). Ik ga er zelf dit weekend nog een paar bijmaken om begin volgende week de definitieve opnames mee te maken.
- Wat betreft reklamegeluiden, leek me goed om deze uit zang te laten bestaan; heb hiervoor inmiddels de perfecte persoon gevonden; Eva, cum laude afgestudeerd aan het conservatorium R’dam, vond het ook een zeer interessant project en kon ondanks het zeer drukke schema gelukkig wat tijd vrijmaken om aan dit project mee te werken.
- Heb het programmeerwerk al bijna rond (gelukkig, dit is altijd een beetje een gok…), maar indien het niet lukt, of om mijn gestuntel om te zetten in professionele computertaal, heb ik de juiste personen gevonden in David en Erik (kunnen goed programmeren, of in ieder geval beter dan ik :-) ).

BROWSER;
Lijkt meer een knelpunt te worden, ga me nu dan ook vooral daarop richten. Ideeën tot nu toe zijn; de functionaliteiten die er tot nu toe zijn uitwerken in toepassingen, evt. aangevuld met functionaliteiten die op dat moment ontstaan… De grootste uitdaging zit hem op dit moment vooral in het vinden van een vorm om het uiteindelijk in te gieten.

zaterdagnacht als iedereen in de kroeg zit…

Saturday, May 13, 2006

1:05u > Zit m’n kont eraf te werken (vrij vertaald uit het engels…), flash (action) scripten, gaat redelijk volgens planning. Verder nieuwe ontwerpies voor het soundsysteem, kan jullie input(/medelijden) nu goed gebruiken!!!

De originele beelden komen hier nog achter te staan, dus wat nu zwart of wit is wordt fotografisch (wat ook weer aan/uitschakelbaar wordt).

Zie voor meer duidelijkheid ook de voorlopige indeling van de visuele gelaagdheid!

zwart_800_wit

zwart_800_wit

zwart_800_roodwit

zwart_800_roodwit

zwart_700_roodwit

zwart_700_roodwit

wit_800_zwart

wit_800_zwart

wit_700_zwart

wit_700_roodwit


indeling KAN atlas (mogelijkheden analyse sound)

Wednesday, May 10, 2006

IMGP9660-01.jpgIMGP9662-01.jpg

Algemeen
aantal mensen
bewoners/werknemers
grondgebruik (natuur/water/overig/wonen/werken/verkeer/voorzieningen/land-tuinbouw)
uitslagen verkiezingen
voetbaluitslagen
waarde voetbalclubs

cultuur

aantal mcDonalds
romeinen
christenen/geloof/kerken/pelgrimsroutes
derde rijk/oorlogsgebeurtenissen
talen/taalgrenzen/dialecten
kunstenaars/krakers/jongerengelegenheden/homo’s
moderne architectuur/oude landhuizen/kastelen

ontspanning

toeristenstromen/winkelcentra/leuke plekken(attractieparken enzo)
evenementen
wandelroutes
natuur
meditatieve kan-kaart (kerken enzo)
musea / monumenten

water

overstromingen/overstromingskansen
regenval
stroombeddingen
waterbouw
waterrecreatie
bescherming tegen water
kuuroorden

landbouw

stromen van landbouwproducten
landbouweconomie
boerderijen
soorten landbouw

wonen

vluchtelingenstromen/verdeling over gebied
woningbouw/bouwperiodes/woningdichtheid
inkomensverdeling/belangstelling/culturele belangstelling
sportbeoefening/vakantiebestemming/leesgedrag
servicevoorzieningen
bevolkingspyramides
studentenhuizen/vakantieverblijven

werken

multinationals
werkeloosheid
philipsvestigingen
kennisnetwerk
plaatsgebonden bedrijven (rivier, spoor, weg)
kennisgebonden bedrijven
werkgelegenheid naar soort
bedrijfsterreinencapaciteit

mobiliteit

reisbereik (historisch)
reissnelheid (historisch)
historische handelsroutes
infrastructuur
intensiteit verkeer (water, weg, spoor, bus)
voorzieningen langs de weg
ict-netwerk
electra- en warmtenet
bus en treinennetwerk
geheime kaart (geestverschijnigen/ufo’s enzo)

Gelaagdheid van ruimte rev.

Wednesday, May 10, 2006

‘Objectief:’

Architectuur
(materialen strijk)

Infrastructuur
(materialen piek)

Natuur/planten
(materiaal divers)

‘Subjectief:’

Reklame
(zuivere kleur/tonen of verleidelijke muziek/spraak?)

Mensen
(Stemmen/loopgeluiden, bij langer blijven staan; verhalen/gesprekken? (verdieping))

Commentaar Groenlicht

Tuesday, May 9, 2006

Browser
Zonder te kijken naar maakbaarheid, heel erg goed bepalen wat je nou echt wil; wat zijn de nieuwe mogelijkheden? Wat zou je nou zelf echt handig vinden? (ontwerpers-browser ipv. programmeurs)

andere opmerkingen;
- idee is interessant, maar hoe werkt het precies?
- denk na over detailering en structurering van informatie
- is datacloud nog interessant als je data eenmaal gevonden hebt? (bepaal meerwaarde)

Sound
Kijk of het niet veel subjectiever kan. Begeef je op de grens tussen subjectief en objectief. Speel hiermee. Verder doorgaan.

andere opmerkingen;
- het moet gekoppeld aan beeld
- geluid moet goed doordacht zijn, het is erg belangrijk
- bedenk hoe je het gaat presenteren, waar, voor wie, hoe
- hoe kan een nieuwe straat in het systeem aangemaakt worden.

Ik vond het de afgelopen weken lastig weer in m’n ritme te komen, terwijl de tijd nu toch echt begint te dringen. Er zijn enkele belangrijke beslissingen naar voren gekomen, waar ik nog niet helemaal uitkom. Misschien dat overleg hierin kan helpen.

Voor nu een korte to-do (stappenlijst/planning);

Browser
- Concept verder uitwerken, features, ideeën
- Vorm vinden waarin ideeën gecommuniceerd kunnen worden
- Presentatievorm uitdenken
- Presentatie Maken

Sound
- Concept verder uitwerken (obj./subj.; gelaagdheid; visuele vorm)
- Geluiden bepalen en maken/uitwerken
- Overleggen met geluidsmakers en programmeurs voor hulp
- Programmeren
- Vorm ontwerpen
- Presentatie bedenken
- Presentatie maken/fabriceren

Scriptie
- evt. Commentaar uitwerken Erna
- Laatste maal herschrijven
- Ontwerpen
- Printen/binden enzo.

Laryn Hill

Monday, May 8, 2006

Ter verduidelijking heb ik Lauryn Hill gevraagd een clip te maken met het idee van ‘afspelen van een stad’… :-)
LaurynHillEverything1.png

LaurynHillEverything.png
(dank: Rog)

layered identities

Wednesday, April 19, 2006

3lagen.png
(oud werk, maar wel relevant voor sound-project)

studiopopcorn

Wednesday, April 19, 2006

Fragmenten uit ‘De audiohallucinaire sferen van de stad / The audio-hallucinatory spheres of the city - A pop analysis of the urbanization process - Alex de Jong en Marc Schuilenburg (online in het Engels, verschenen in OPEN 9 in het Nederlands)

The ideas of the German philosopher Peter Sloterdijk offer several leads in this respect. Since prehistory, people have been marking out their environment by producing sounds, which function to establish a difference between the group people belong to and their immediate surroundings. The group encloses itself, as it were, in a globe of sounds and noises. Sloterdijk terms these environments ‘spheres’.

Space was long conceived of only in the physical sense. From that perspective, space is seen as an entity detached from objects and subjects. Physical space becomes the objective stage on which social processes play out and on which objects are localized.

The sounds also created a bond between members of the group because they had a recognizable character and a unique pitch. Each group had a distinct tonality, while the size of the inner world was determined by the reach of their voices.[2] The sounds ensured that the members of the group lived in a continuum of permanent mutual audibility and visibility.

the rising importance of information and communications technologies (ICT) in the layout of urban space. Tribes that once lived separately from one another in prehistoric times, as described by Peter Sloterdijk, were now able to communicate through networks of road, air and sea routes, by the Internet, satellites and cables.

Every social grouping you belong to has a spatial dimension.
The core of society turns on the relation between inside and outside, between what’s hot and what’s not. How can the spatiality of this ‘immune sphere’, as Sloterdijk calls it, be further analysed?

If sounds draw a boundary between inside and outside, and create an ‘immune system’, we are obliged to rethink the relationship between the different spatialities in the city. After all, where are we when we are in the city? What are the inner worlds of the spheres of the city?

Siebe Thissen

Wednesday, April 19, 2006

‘ De bioscoop van het oor verwerkelijkt zich op locaties waar kunst en politiek zich al lang geleden hebben teruggetrokken.’ (Kodwo Eshun)

De gedachte is dat de stad niet bestaat, maar voortdurend dient te worden geschapen in actuele situaties en momenten, in spontane jamsessies. In die momenten wordt een stad tot leven gewekt, van planning en functionalisme ontdaan, en vervolgens (tijdelijk) ingericht naar singuliere wensen en verlangens.

(scanner:) De stad is een oceaan van geluiden. “Wij brengen geluiden in kaart die visuele beelden representeren: sonore elementen staan altijd in relatie tot een bepaalde fysieke en melancholieke ruimte. Onze projecten zijn geluidspolaroids, soundmaps”.

Bovendien roept sonische verbeelding veel sterkere ervaringen op dan visuele beelden ooit kunnen bereiken. De visuele ervaring houdt je op afstand, bestaat bij de gratie van de scheiding tussen oog en beeld. De sonische ervaring plaatst je direct in het centrum van een nieuwe context, waar ordinaten en coördinaten nog moeten worden aangebracht. Een soundsystem is een ecologisch medium.
(fragmenten van tekst ‘Audioplexedelica’ 2000 - Siebe Thissen)

Geert Mul

Wednesday, April 19, 2006

Interessante filmpjes vanuit oogpunt van sampling en ritme;

La Dérive
- Digital video that has emerged from a co-operative venture between the video maker Mul and musician Speedy J.
In the sound, several ‘loops’ were used that shift respective to each other. A similar technique was applied to the video. Mul wrote a small computer programme, which edited the shots in specific patterns. The Urban night shots fit in seamlessly with the mood of the ambient music. All scenes are recorded at Pernis (Rotterdam) the biggest Dutch petrochemical site.


Tokyo FX
(Endles Generating Video)


Harbour Sound and Vision
- Geert Mul & Speedy J

Uitwerking ’sonic identity’

Wednesday, April 19, 2006

Bij het ontwerpen van een identiteit voor een plek kunnen we niet meer uitgaan van een eenzijdig, statisch beeldmerk. Noch van een visuele metafoor, het gaat erom te laten zien hoe de ruimte in elkaar zit, hoe hij ge-’wired’ is. Wie bevinden zich in de ruimte, wie geeft het duidelijkst invulling eraan? (bv. lijnbaan>overheid, schiedamseweg>gemeenschap).

Voor dit project kies ik als onderwerp voor de schiedamseweg, deze bevind zich buiten het centrum van Rotterdam, strekt zich van ongeveer metro Delfshaven tot metro Marconiplein. Dit is een straat waar alle culturen door elkaar leven, waar de trekpleister zich naast het islamitisch slachthuis vindt. Interessant aan deze specifieke locatie is de gelaagdheid, en dit is dan ook mijns inziens iets dat bepalend zou moeten zijn voor de ‘huisstijl’. Deze denkbeelden zijn niet nieuw of uniek, ze staan in een nieuwe traditie van representatie van publieke ruimte als uiting van identiteit.

Wat ik hiermee wil doen, is de ‘identiteit’ van deze plek ontwerpen(weergeven) als gelaagd systeem. Het hoofddoel is het systeem op zich, waarbij ik hoop dat dit ook toepasbaar zal zijn op andere locaties. Dit systeem moet allereerst visueel zijn, maar heeft ook een sonische component. Dit moet een directe vertaling zijn van de visuele. Door deze combinatie ontstaat een interessante wisselwerking tussen geluid en beeld, waarbij het systeem een mogelijkheid kan zijn om steden te ‘lezen’.

Dit systeem kan voortborduren op m’n ‘identiteit in 3 lagen’ posters, die uitgaan van een ‘objectieve ontworpen laag’, een laag die staat voor de context waarin deze laag zich waagt, en een laag die staat voor de terugkoppeling of bijstelling (analyse) van de contextlaag naar de ontwerplaag. Deze gelaagdheid(++) kan in beeld en geluid bestaan.

Voordeel van deze aanpak in de combinatie tussen beeld en geluid is dat ik ben opgeleid in beeld, en dus niet mezelf totaal in het diepe gooi. Geluid is het nieuwe gedeelte, maar daarbij heb ik dan houvast aan het beeld. Ook ben ik bekend met de technieken om beeld te maken, en kan ik deze vertalen naar geluid.

De keuze voor geluid in de eerste plaats is omdat ik er benieuwd naar ben en ermee wil experimenteren, en daarbij denk ik dat geluid een ‘eerlijker’ medium is dan beeld; beeld wordt op alle niveaus ontworpen en beheerd/beheerst. Geluid ontsnapt hieraan doordat het minder ervaren wordt als boodschap, als ontworpen. Dit komt doordat beeld altijd een representatie is, terwijl geluid een veel directere weergave is. Geluid is ruimte, beeld is representatie van ruimte.

1>
Bepalen en ontwerpen inhoudelijke visuele identiteit van de plek.
- Analyseren wat de plek is, wat houdt het in, waar staat het voor, verwijst het naar.
- Inventariseren beelden
- Inventariseren geluid

2>
- Bedenken systeem om gelaagd beeld op te bouwen
- Bedenken/vertalen van dit systeem om geluid op het beeld te maken

3>
- Denken over hoe deze combinatie gepubliceert kan worden en voor wie (poster/cd als portret voor bewoners of geinteresseerden?) (online?)

Uitwerking ‘layered browser’

Tuesday, April 18, 2006

Ontwerp voor een online tool of plugin die het mogelijk maakt een eigen (dus individuele) visuele en naratieve structuur aan te leggen over bestaande websites en informatie, als een route inclusief mogelijkheden tot redactie.

Als er iets was dat het Rotterdamse instituut voor beeld op dit moment bezich zou houden, zou het de rol van nieuwe media op onze manier van informatievoorziening zijn. Het internet is een multi-mediale structuur; het kent de mogelijkheid praktisch alle voorgaande media na te bootsen. Om het internet begrijpbaar te maken vanuit menselijk oogpunt is het WWW bedacht, met de bekende metaforen zoals webpagina en vooruit-achteruit. Via deze metaforen wordt een structuur zoals die bekend is van oude, fysieke media opgelegd aan dit multi medium. Deze structuur was in het begin nodig om een bepaalde overgang te bewerkstelligen, echter anno 2006 zijn jongeren bekend met de werking van hyper fenomenen als bijvoorbeeld netwerk en hypertext. Zij zijn vanaf hun geboorte opgegroeid met de computer en hebben dus niet meer de (beperkende) metaforen nodig om hem te kunnen begrijpen.

Tijd dus voor het Rotterdamse Instituut voor Beeld (en Informatie) om zich zichtbaar te maken middels een ontwerp voor een nieuw soort browser, die interactiever en democratischer met het internet omgaat.

Wanneer je op het internet onderzoek doet, zoals het steeds meer voor zal komen naarmate er meer en meer betrouwbare informatie online komt, print je vaak de pagina’s uit om ze in een map te stoppen, of om stukken tekst van aantekeningen en aanvullingen te kunnen voorzien. Dit is eigenlijk onlogisch, logischer zou zijn als je deze aantekeningen en dergelijke in de site zelf zou kunnen doen. Dit is echter vaak weer niet wenselijk vanuit het oogpunt van de originele auteur. Hoewel er veelbelovende voorbeelden zijn van manieren waar wel mogelijkheden tot aanpassing zij (bv. wikipedia), zijn deze toch openbaar van aard. Het is minder geaccepteerd als je al je eigen ideeën en opmerkingen in de informatie aanbrengt.

1>
Deze browser bestaat onder andere uit:
- een meer ‘natuurgetrouwe’ manier van wayfinding en archiving (ipv. bookmarks).
- mogelijkheden om direct aantekeningen, associaties en dwarsverbanden in een site aan te brengen.
- mogelijkheid links binnen en tussen bestaande sites aan te leggen.
- samenwerking tussen meerdere personen op een zelfde route/onderzoeksproces.
- mogelijkheid tot uitwisselen van routes.

2>
Ontwerpen publicatie (website/poster/boekje/documentaire/enz).
- Wat is een goede manier om dit onderwerp te behandelen, hoe breng ik het naar buiten?
(ook kijken naar bestaande OS-ontwikkelstructuren, stel dat het echt uitgevoerd kan worden, dan is het misschien handig het al in deze voorstel-structuur te gieten?)

3>
‘Marketing’ van voorstel (het verspreiden van het voorstel door het in een communicatieve context te plaatsen met behulp van communicatie erover, bv. website, posters, persbericht, vanuit ‘instituut voor informatie’).

just another Some links

Tuesday, April 18, 2006

Browser tijdlijn:
http://www.blooberry.com/indexdot/history/browsers6.htm

Tactiele cursor - experimenten:
http://www.koert.com/work/activecursor/

Lekker ingewikkeld:
http://www.beeldenbuiten.be/

jodi natuurlijk:
http://text.jodi.org/

hyperdis…
http://www.hyperdis.de/

lev manovich:
http://www.manovich.net/

deepsites (siteoverzicht):
http://deepsites.maxbruinsma.nl/

mute mag:
http://www.metamute.org/

proteinfeed:
http://feed.proteinos.com/

Arie’s weblog:
http://ariealt.net/

Louis:
http://wdka.hro.nl/~LIV/Education/mapping.html

de Magische 20 pagina-grens

Tuesday, April 18, 2006

Jee! na een flinke week schrijven ben ik vandaag eindelijk de opgelegde minimale scriptie-grootte van 20 pagina’s gepasseerd!!!

Nu alleen nog een goede conclusie en de inleiding aanpassen…

winnaar browserdag 2002(?)

Saturday, April 15, 2006

Crabsalad…
mybrowser.mov

En een browser die uitgaat van vergelijkbare ideën als die van mij… gelukkig wel verschillend genoeg… en ik denk ook dat het inmiddels veel bruikbaarder kan… heeft browserdag 2000 gewonnen:
http://www.interaction.rca.ac.uk/alumni/99-01/victor/hyperspc/html/index.html

Alternatieve Browsers en visualisaties van informatie

Wednesday, April 12, 2006

Deze post zal ik uitbouwen tot klein overzicht van alternatieve & historische (interessante) browsers.

(All screenshots and pictures are here for educational research purposes only, and are copyrighted by their respective owners)
tims_editor1.png
(wikipedia:) WorldWideWeb was the world’s first web browser and WYSIWYG (What you see is what you get) HTML editor. It was introduced on February 26, 1991, by Tim Berners-Lee, and ran on the NeXTSTEP platform. It was later renamed Nexus to avoid confusion with the World Wide Web, also created by Berners-Lee.
WorldWideWeb was the first program which used not only the common File Transfer Protocol but also the Hypertext Transfer Protocol, invented by Berners-Lee in 1989. At the time it was written, WorldWideWeb was the only way to view the Web.

Puur op tekst gebaseerde browser
Lynx is a text-only web browser Browsing in Lynx consists of highlighting the chosen link using cursor keys, or having all links on a page numbered and entering the chosen link’s number. Current versions support SSL and many HTML features. Tables are linearized (scrunched together one cell after another without tabular structure), while frames are identified by name and can be explored as if they were separate pages. (wikipedia)

sphere1.jpg
Meer een gimmick dan daadwerkelijk bruikbaar, maar het geeft wel aan dat de huidige desktop maar een optie is. The Sphere is theory of an 3D workspace represented by a sphere. The user is exactly in the middle of it. All objects are situated around the user. He can easily turn around and manipulate with them. They can be moved around according to some rules. You can bring them closer to the view port or send them back. The theory can be applied to almost any known program. Starting with the desktop interface. Now continuing with a web browser.


Commercieel probeersel, maar idee is aardig: A new browser from a company called 3B (www.3b.net) can be used to visit more than twenty “cities” including recently launched 3B fashion, 3B hip hop, 3B photography and 3B animals. Each web site is displayed in a shop window, and by clicking on the window, the user can browse the web site using the latest version of Firefox.
screenshot061.jpg
Niet zozeer interessant om de 3d-fake, maar wel om het feit dat het doorwerkt op de GUI in de richting van bestaande media (bv. papier, een bol, enz.) uBrowser is a simple Web Browser that illustrates one way of embedding the Mozilla® Gecko rendering engine into a standalone application using LibXUL. In this case, the contents of the page is grabbed as it’s being rendered and displayed as a texture on some geometry using OpenGL™. You are able to interact with the page (mostly) normally and visit (almost) any site that works correctly with Firefox® 1.5. It’s not meant to push the advantages and disadvantages of browsing in 3D although this framework might be useful as a starting point for others who’d like to explore those possibilities. (ubrowser.com)

webstalker1.jpg Meer een kunstwerk dan daadwerkelijk browser, maar weer een andere visie op browsen «WebStalker» is a browser that imitates the structure of the Internet. If the user types in a WWW-address, the page appears as an HTML-code while the hyperlinks are presented as graphics. «WebStalker» was developed by a team of programmers and artists as an indirect critique of large web concerns’ inspiring illusion of actually being able to move when ‹clicking› one’s way through the Internet. Settled between technological development work and art, this project demonstrates a simple and reduced alternative to Netscape and Explorer, and makes available a mechanism that can be used to investigate the structural depths of the web. Contributors were: Graham Harwood, Stephen Metcalf, Scanner, Mark Amerika.
(by: Heike Helfert)

AquaBrowser (Associatief zoeken door bibliotheken):
aquabrowser1.png
AquaBrowser Library® is a revolutionary library search tool and interface developed specifically for the library user to gather the most valuable information in the easiest manner. AquaBrowser Library incorporates design principles: Search, Discover, and Refine – to connect an intelligent visual search engine with the library’s resources, connect to external sources, and allow the user to learn as they go.

SHREDDER browser (siteshredding…)
shredder.png

Medusa kulturtechnisches werkzeug fur den zugang zu kollektivem wissen
medusa.png
http://www.strangefruit.de/chrispollak/medusa/doku01.html

Persönliches Referenzsystem
Das System ermöglicht dem User Wissensstrukturen bildlicher Art aufzubauen, in die hinein er Links jeder Art einlesen kann. Der User sortiert Links aus dem System medusa* oder neue Links aus dem Internet in die entsprechende Kategorie und sieht dabei die Zusammenstellung mit der er täglich arbeitet. Die gleichen Kategorie-Begriffsystem wird von allen anderen Usern mitbenutzt.

Kategorien und Projekte
Der Nutzer kann Projekte definieren in die er Links aus der gleichen Kategorie mit anderen relevanten Links aus seiner Sicht kombiniert. Jedem Nutzer kann Entscheiden, welche Kategorien und Projekte er mit der Community teilt. Er kann die eigenen Wissensbereiche jederzeit “entrümpeln”, aus dem System entnehmen und backupen oder löschen.

Newsmap

http://www.marumushi.com/apps/newsmap/

Newsmap is an application that visually reflects the constantly changing landscape of the Google News news aggregator. A treemap visualization algorithm helps display the enormous amount of information gathered by the aggregator. Treemaps are traditionally space-constrained visualizations of information. Newsmap’s objective takes that goal a step further and provides a tool to divide information into quickly recognizable bands which, when presented together, reveal underlying patterns in news reporting across cultures and within news segments in constant change around the globe.
Newsmap does not pretend to replace the googlenews aggregator. It’s objective is to simply demonstrate visually the relationships between data and the unseen patterns in news media. It is not thought to display an unbiased view of the news, on the contrary it is thought to ironically accentuate the bias of it.

Valence
Valence is a set of software sketches about building representations that explore the structures and relationships inside very large sets of information. (Ben Fry)

10×10
10x10.pngEvery hour, 10×10 scans the RSS feeds of several leading international news sources, and performs an elaborate process of weighted linguistic analysis on the text contained in their top news stories. After this process, conclusions are automatically drawn about the hour’s most important words. The top 100 words are chosen, along with 100 corresponding images, culled from the source news stories. At the end of each day, month, and year, 10×10 looks back through its archives to conclude the top 100 words for the given time period. In this way, a constantly evolving record of our world is formed, based on prominent world events, without any human input.

Financieel nieuws; map of the market

map of the market.pnghttp://www.smartmoney.com/marketmap/

pfff

Wednesday, April 12, 2006

Ik zit af en toe zo vast dat ik overweeg er maar gewoon mee te stoppen.

Hoe moet dit ooit tot een concreet resultaat komen binnen nu en 1,5 maanden? Als ik nu besluit te stoppen kan ik beter alsnog proberen een van de originele opdrachten uit te werken, of gewoon lekker een maand hier weg.

Gister met P besproken; had ik maar gewoon één van de standaard opdrachten gekozen, maarja, zei ze, zo ben je nou eenmaal niet… dat is ook wel zo. Maar waarom lukt het dan niet?

Marc Bain

Tuesday, April 11, 2006

fragment_Bain_gebouwKeulen.wav
‘Geluid van een gebouw’ in Keulen.
(fragment voor researchdoeleinden, 20 sec.)

Toon

Tuesday, April 11, 2006

Afgelopen weekend: Toon (’festival van beeld en geluid met elektronica als grondstof’) Haarlem

Cristina Kubisch, wandeling gemaakt door Haarlem waarin je door middel van een electromagnetische koptelefoon het electrische zenuwstelsel van de stad kon beluisteren. (alle electrische apparaten stralen een bepaalde straling uit, die is hoorbaar via de koptelefoon, uit de interferentie ontstaat soms zelfs muziek)

Voorraadje nieuw papier ‘Browser’

Tuesday, April 11, 2006

besproken met Erna

Tuesday, April 11, 2006

11:20u

‘ja, scriptie niet gelezen, woensdag is leesdag.’

Op zich vond ze het onderwerp van de scriptie tot nu toe niet interessant (omdat ik de geschiedenis van het vak gewoon tijdens m’n curriculum had moeten krijgen), maar ik pakte het goed aan, dus ga zo door en maak maar een nieuwe afspraak als hij klaar is.

Hij moet 20 pagina’s zijn, in Times corps 12.

11:22u

(in ieder geval niet weer een swot… ;)

Hello world!

Tuesday, April 11, 2006

Ik ben Michael van Schaik, ontwerper. Dit weblog dient als onderzoekstool/schetsboek/aantekeningenmap bij mijn eindexamen aan de Willem de Kooning academie Rotterdam. Dit eindexamen bestaat uit het schrijven van een scriptie en uitwerken van twee ontwerpprojecten. Reacties en commentaar: GRAAG! (je kunt dit doen onder ‘comments’)De hoofdvraag van m’n scriptie luidt:
Welke nuttige plek(ken) zou ik als ontwerper in kunnen/willen nemen in een tijd waarin iedereen ontwerpt?

Project Alpha gaat over de rol van computers in onze dagelijkse manier van omgang met elkaar en informatie. (zie ook de omschrijving Alpha)

Project Beta
gaat over het publieke domein en geluid/golven. (zie ook de omschrijving Beta)

Meta is de plaats voor twijfels/gedachtes/irritaties/nuances e.d.

(All texts, screenshots and pictures are here for educational/research purposes only, and are copyrighted by their respective owners)

Sound

Tuesday, April 11, 2006

Project β (Sound, link met openbare ruimte)
Opdracht/briefing/uitgangspunten

Keuze voor publieke ruimte:
Stad, en dan specifiek de ‘lege’ ruimte, de ruimte tussen gebouwen (’akoustische ruimte’). Van wie is deze ruimte, als ik schreeuw eigen ik het me dan toe? Als ik bel met m’n telefoon, verdwijnt deze ruimte (afstand) dan? Wie/wat bevind zich in deze ruimte (radio, draadloze telefonie, electronische straling, gps, maar ook: kortom; (onzichtbaar) geluid).

Wat zijn deze fenomenen, zijn het trillingen? is het electriciteit? Als een amateurzender wordt verboden te zenden, wordt hem dan daarmee ook verboden deel te nemen aan de openbaarheid, analoog zoals het een illegale posterplakker niet is toegestaan via zijn medium deel te nemen aan de visuele (’openbare’) beeldcultuur. En is deze openbare ‘ether’ dan de geluidscultuur?

Dit project kan een reactie zijn op het concept van de hedendaagse beeldmaatschappij en de manier waarop deze wordt gereguleerd (geld is het belangrijkste principe). Het kan zichtbaar maken; ether/de rol die media in het (=onzichtbaar, maar zeer sterk aanwezig). Technieken als uitvergroting, trilling als geluid, samenvoeging, stapeling, enz. kunnen me helpen.

Concreet:
1) - Onderzoek de verschillende kanten van de ruimte (functie & communicatie)
- Kijk naar de omgang met deze ruimte en de betekenis ervan op een grotere schaal
- Waarin is deze ruimte specifiek, welke verbindingen gaat het aan met andere media/ruimtes (fysiek & mentaal)
- Ontwikkel een ontwerpconcept waarbij deze plek extra belicht kan worden (strategisch opnieuw bekeken kan worden, niet persé letterlijk nieuwe functie, maar wel zichtbaar maken bestaande)

2) Werk de nieuwe kijk op de ruimte uit tot een identiteit voor de plek, waarbij de ruimte zich wezenlijk anders of uitgebreider profileert dan nu. De plek moet publicitair zichtbaar worden en hiermee boven het alledaagse uitgetrokken (bv. website, film, geluid, documentaire). Bedenk hoe je bekendheid wil geven aan de door jou toegekende meerwaarde, publiciteitsstrategie.

Inventarisatie
Analyse van het onderwerp / de vraagstelling (wie, wat, waarom, wanneer?).
Eerste aanknopingspunten.
Wat is over het onderwerp te vinden en wat weet ik al?
Bepaling van positie t.o.v. het onderwerp (afstand nemen).


Onderzoek
Wat wil ik gaan doen (DEF conceptkeuze)
Interessantste richting, verder onderzoek (richting / idee staat vast).
Wat ga ik vertellen of vragen, vanuit welke positie?


Vormgeving
Vormonderzoek.
Inhoudelijke vormkeuzes inzichtelijk gemaakt.
Inhoud / boodschap bepaald de vorm (vorm ontstaat a.d.h.v. schetsen & prototypes.


Prototype
Terugkoppelen aan oorspronkelijke uitgangspunten, ruimte voor kritiek.


Eindproduct
Met het eindproduct dwing je (voorlopige) keuzes af.
Eindproduct is tussenstand om jezelf en anderen hierop te laten reageren.


Reflectie
Wat heb ik uiteindelijk gemaakt?
Wat is terug te vinden van de oorspronkelijke uitgangspunten en wat niet?


Welke nieuwe vragen / ideeën zijn ontstaan en wat zou een vervolg kunnen zijn?

Computer

Tuesday, April 11, 2006

Opdracht/briefing/uitgangspunten
Project α
(naar instituut voor beeld)
‘Instituut voor informatie (over informatiestructurering in nieuwe media)’

WEL (>>> browser):
Mediatheorie
Meta-data/associatie
Non-lineairiteit/hypermedia
Netwerking/connectiviteit
Interface (menselijke metaforen, GUI, Browser)

NIET (>>> digilife):
Algoritmisch ontwerpen
Scriptstructuur (if/then/else)
Absolute waardes (0/1)

Dit project gaat over de manier waarop ‘nieuwe media’ of computermedia, zoals bijvoorbeeld het internet in een menselijke metaforen begrijpbaar worden gemaakt. (Dit zou je als een illusie kunnen zien, terwijl de realiteit de data/txt of zelfs enen en nullen is, wordt deze in een vorm van webpagina’s en een vooruit/achteruit-structuur (lineair) aangeboden).

Belangrijk hierin is te kijken naar de verschillen in kenmerken tussen oude en nieuwe media, ik denk dat hierin het probleem ligt, nieuwe media is niet te verklaren in het begrippenstelsel van oude media.

Tijd (lineairiteit)
Dit heeft veel te maken met tijd, ook een door de mens bedacht principe om orde aan te brengen. Hieruit leiden we af dat het een eerst was, en het ander erna, dit vormt de route.

Ruimte/omgeving (wayfinding)
Maar hoe brengen we orde aan in een wolk data? Hiervoor zijn metaforen zoals de mappenstructuur en tijdsbalken toegepast, terwijl deze eigenlijk lineair zijn, ze passen niet bij hypermedia.

Waar ik in dit vlak erg in geinteresseert ben is de rol van metadata binnen non-lineairiteit en netwerking/connectiviteit. (Hiermee heb ik me al even bezig gehouden in de vorm van Con.txtualize > http://michaelvanschaik.nl/stageverslag ).

Het lijkt me interessant verder na te denken over de manier waarop binnen txt of websites genavigeerd kan worden, interactieve tekst. Extra functionaliteiten zoals associatief linken.

En hoe kan dit verder uitgewerkt worden? Kan een social-tagging systeem ook bestaan in een laag óver de website, waardoor gebruikers een toevoeging worden, reageren op het web, een onderzoeksroute bepalen, het web wordt democratischer? Misschien ontstaat een nieuwe verhaalstructuur, datacloud? Kan een browser jouw verhaal vertellen? Is een browser de nieuwe vorm van een boek (of biografie)?

Hoe kunnen routes door data worden vastgelegt? Kunnen deze routes worden gekoppeld, uitgewisseld? Wat zou een logischere en verbindende vorm voor bookmarks kunnen zijn? Hoe kun je binnen deze vorm reageren? op de content? op elkaars routes? Is het openbaar of is het privaat? Hoe neem ik als ontwerper hierin redactie? Van wie komt het? Voor wie is het? Neemt het stelling? Werkt het vanuit een visie? Het is een experiment in de manier waarop mensen (het web) ontdekken, onthouden en met elkaar uitwisselen* (*del.icio.us)

0> (opdracht: (Voorstel) ontwerpen voor een nieuwe manier van visueel webbrowsen op een associatieve en meer intiutieve, non-lineaire manier).
- Keuze is gemaakt, verder gaan op bestaand denkmodel van browsers, wat is hier niet logisch aan, hoe kunnen we dit meer bij de ‘environment’ van het genetwerkte medium laten passen?
- Kijken naar eerdere ‘alternatieve browsers’.
- Is het bijvoorbeeld zinvol meerdere websites aan elkaar te kunnen linken, of ook associatief (via synoniemen/betekenis/metadata)?
- Onderzoek doen naar de manier waarop mensen door het internet heengaan, hoe zou het internet in een natuurgetrouwere vorm weergegeven kunnen worden (netwerk)?
- Moet het bijvoorbeeld worden gekoppeld aan de locatie in fysieke ruimte (aarde)?

1> Inhoudelijk samenstellen voorstel (theoretisch/interface/omschrijving).
- Opdelen van de opdracht in deelaspecten, planning hiervoor maken, informatie inwinnen, evt. specialisten interviewen.

2> Ontwerpen publicatie (website/poster/boekje/documentaire/enz).
- Wat is een goede manier om dit onderwerp te behandelen, hoe breng ik het naar buiten?
(ook kijken naar bestaande OS-ontwikkelstructuren, stel dat het echt uitgevoerd kan worden, dan is het misschien handig het al in deze voorstel-structuur te gieten?)

3> ‘Marketing’ van voorstel (het verspreiden van het voorstel door het in een communicatieve context te plaatsen met behulp van communicatie erover, bv. website, posters, persbericht, vanuit ‘instituut voor informatie’).


Inventarisatie
Analyse van het onderwerp / de vraagstelling (wie, wat, waarom, wanneer?).
Eerste aanknopingspunten.
Wat is over het onderwerp te vinden en wat weet ik al?
Bepaling van positie t.o.v. het onderwerp (afstand nemen).


Onderzoek
Wat wil ik gaan doen (DEF conceptkeuze)
Interessantste richting, verder onderzoek (richting / idee staat vast).
Wat ga ik vertellen of vragen, vanuit welke positie?


Vormgeving
Vormonderzoek.
Inhoudelijke vormkeuzes inzichtelijk gemaakt.
Inhoud / boodschap bepaald de vorm (vorm ontstaat a.d.h.v. schetsen & prototypes.


Prototype
Terugkoppelen aan oorspronkelijke uitgangspunten, ruimte voor kritiek.


Eindproduct
Met het eindproduct dwing je (voorlopige) keuzes af.
Eindproduct is tussenstand om jezelf en anderen hierop te laten reageren.


Reflectie
Wat heb ik uiteindelijk gemaakt?
Wat is terug te vinden van de oorspronkelijke uitgangspunten en wat niet?


Welke nieuwe vragen / ideeën zijn ontstaan en wat zou een vervolg kunnen zijn?

o

Scriptie -werkversie-

Tuesday, April 11, 2006

Dit is een werkversie van m’n scriptie, hier online gezet om tussentijdse kritiek en/of meedenken mogelijk te maken. Dus reacties/comments zijn meer dan welkom!
(Cursieve teksten zijn aantekeningen voor mijzelf)

******************************************

Vraagstelling
Welke nuttige plek(ken) zou ik als ontwerper in kunnen/willen nemen in een tijd waarin iedereen ontwerpt?

Inleiding
‘Oh, Kunstacademie?! Leuk! ‘ luidt zo ongeveer het gemiddelde antwoord als je iemand verteld wat je studeert. Het is me ook meerdere malen overkomen dat ik preciezer probeerde uit te leggen wat ontwerpen inhoudt, waarop de toehoorder na een minuut of vijf met licht paniekerige blik vertelde dat hij of zij nog wat te drinken ging halen. Waardoor komt het toch dat mensen zo’n onduidelijk beeld hebben van wat ontwerpen inhoudt? Vaak hou ik het voor het gemak maar bij ‘drukwerk, huisstijlen en websites’ (wat alleen maar enkele verscheiningsvormen zijn en niets zegt over het vak). Zelfs m’n familie en vrienden vragen zich regelmatig hardop af ‘wat je daar dan uiteindelijk mee kunt’, als ik weer eens dagen aan het freaken ben op, zeg een bepaald onderdeel van een website.

Soms moet ik toegeven dat ik het eigenlijk zelf ook niet weet. De manier waarop ik geschoold ben is ook altijd vrij abstract gebleven. Eigenlijk komen opdrachten meestal neer op een probleemstelling of onderwerp, onderzoek hiernaar, en het uitwerken van een ‘oplossing’ of publicatie hierover. Deze constructie maakt dat ik ontwerp heel duidelijk als een middel, tool ben gaan zien, en niet als doel op zich. Het vak gaat dus eigenlijk altijd over iets anders, bijna nooit over zichzelf. Zo gaat een filmposter over de film, en een goede filmposter gaat over het idee achter de film. Bovendien zien een hoop mensen helemaal niet in dat alles om hen heen is ontworpen; Rode boodschappentassen (Bas), Correspondentie (Word) Internet Explorer (Microsoft), enz. Producten worden vaak als vanzelfsprekend en op zichzelf-staand aangenomen.

Het lijkt me daarom een goed idee in deze scriptie te proberen een antwoord te vinden op de vraag wat de rol van een ontwerper kan zijn in een tijd waarin ontwerp vanzelfsprekend is, en alles is ontworpen. Kortom; Welke nuttige plek(ken) zou ik als ontwerper in kunnen/willen nemen in een tijd waarin iedereen ontwerper is (en wordt ontworpen)?

In mijn eigen twijfels en onduidelijkheiden over wat het vak inhoud of hoe ik er invulling aan wil geven, hoop ik via het nodige onderzoek voor deze scriptie wat duidelijkheid te scheppen. Behalve deze nieuwe plek/functie die ik voor ontwerp hoop te vinden, zou ik middels deze scriptie graag voor vrienden en familie (en mezelf) het vak inzichtelijk maken. Hiervoor heb ik de hoofdstructuur opgedeeld in ‘Geschiedenis’, ‘Heden’ en ‘Toekomst’. Onder geschiedenis zal ik vertellen hoe het vak ontstaan is, enkele klassieke denkbeelden en -richtingen bespreken. Heden zal gaan over de plek waar het vak zich op dit moment bevind, technieken en denkbeelden die vaak worden toegepast en een korte inleiding in de mediatheorie waarvan ik denk dat die het vak zou kunnen onderbouwen. En dan hoop ik onder toekomst in te gaan op de richting waarop ik denk dat het vak zich verder zal kunnen ontwikkelen, of in ieder geval de richting waarop ik mezelf hoop verder te ontwikkelen. Mijn eigen visie op het vak zal sowieso constant een tweede laag in het verhaal vormen.

Ombuigen en uitwerken naar samenvatting van de hele scriptie.

H1 Geschiedenis

definitie grafisch ontwerp (ontwerp) // visuele communicatie (vormgeving)
Als we ons bezig gaan houden met grafisch ontwerp is het belangrijk eerst te bepalen waar we het precies over hebben. Wat is de betekenis van grafisch ontwerp op dit moment. Als we de woorden opzoeken in het Van Dale Hedendaags Nederlands, vinden we dit:

gra·fisch (bn.)
1 betr. hebbend op boekdruk- en prentkunst
2 schriftelijk, in tekening ***(Dikke Van Dale)

ont·werp (het ~, ~en)
1 beschrijving van iets nieuws in hoofdlijnen
2 aan anderen ter overweging aangeboden plan => voorstel
3 ter aanduiding dat het door het tweede lid genoemde voorlopig geformuleerd is ***(Dikke Van Dale)

ont·wer·pen (ov.ww.)
1 (iets) bedenken en uitwerken op papier => projecteren ***(Dikke Van Dale)

Dit zou dus neerkomen op dat het vak zich ten eerste bezig houdt met fysieke media (boekdruk, prentkunst / schriftelijk) en wat het hiermee doet is nieuwe (voorlopige) ideeën, plannen en voorstellen in deze vorm aanbieden/vertalen/vertellen. Interessant aan de betekenis is het feit dat de dingen voorlopig geformuleerd zijn, ze zijn dus tijdelijk. Verder zie ik weinig juistheid in de met de woorden boekdruk en schriftelijk opgelegde betekenis. Grafisch ontwerp houdt zich al lang niet meer puur met fysieke media bezig, ook bijvoorbeeld met internet, en zelfs abstractere media zoals steden en sociale stelsels.

Het Cultureel Woordenboek komt in dit opzicht tot een meer betekenisvolle omschrijving. Hierin wordt het het naamwoord grafisch buiten beschouwing gelaten, dit is ook een redelijk achterhaald woord. Het duidt een bepaalde techniek aan, terwijl ontwerpen (onder andere) over ideeën gaat. In dit boek worden in de eerste drie zinnen onder ‘Vormgeving’ gelijk enkele hardnekkige denkfouten onderuitgehaald; De woorden vormgeven en ontwerpen worden dikwijls – ten onrechte – door elkaar gebruikt. Vormgeven betreft – zoals het woord al aangeeft – het maken van de vorm van een voorwerp, het uiterlijk. Ontwerpen daarentegen is meer: behalve de vorm wordt ook het functioneren van het voorwerp bepaald. ***(Het Cultureel Woordenboek)

Goed aan deze betekenis vind ik het bepalen van betekenis van Ontwerp, door het verschil aan te geven tussen zichzelf en vormgeving. Hierdoor wordt duidelijk dat vormgeving over uiterlijk gaat en ontwerp ook over functioneren. Toch is ook deze omschrijving nog niet alomvattend. Misschien kan dit ook helemaal niet. Wat ik mis in deze omschrijving is het toekennen van betekenis. Bovendien wordt hier – als bijzaak, maar toch – bepaald dat ontwerp over het functioneren van een voorwerp gaat. Nu zouden we het woord voorwerp heel breed kunnen interpreteren, zodat het alles kan omvatten waar ontwerp zich mee bezig houdt, maar helemaal kloppen doet het niet.

Met de fenomenen functie en betekenis raken we ook gelijk aan een interessant (klassieke) vraag binnen vak: moet je dan als ontwerper proberen zo helder mogelijk het principe of idee van deze film overbrengen (functie), of is het juist belangrijk hier een reactie op te geven (betekenis)? Hierop kom ik later terug, dit omschrijf ik als het Crouwel-van Toorn principe.

We zoeken verder. Tot nu toe vinden we delen van de betekenis van ontwerp in enkele woorden; voorlopig geformuleerd, ideeën, functioneren, betekenis. Misschien zit het probleem hem wel in het feit dat ontwerpers zich met allerlei vakgebieden bezig houden, bijna als autonome kunstenaars bewegen zij zich van boekontwerp tot ruimtelijke installaties en van digitale werelden tot stedelijke ruimte, et cetera. Dat ontwerpers zich zo goed kunnen bewegen binnen al deze vakgebieden en toch van betekenis kunnen blijven, geeft aan dat de rol van ontwerp gezien moet worden als een kritische manier van denken (over maatschappij en betekenis). Maar wat maakt dan nog het verschil tussen ontwerp en kunst? Natuurlijk ontstaat ontwerp vaak in opdracht, maar lang niet altijd, en is dit van belang? Volgens Max Bruinsma is dit wel degelijk van essentieel belang. Hij beweert dat het autonomiebegrip in de kunst is verouderd, dat kunst zich tegewoordig net zoals alle andere takken van de visuele cultuur moet kunnen weren in de chaotische contextualiteit zoals die in het echte leven heerst. Hij zegt hiermee dat beeldende kunst een tak van ontwerpen is geworden. ***(Max Bruinsma, Metropolis M, vol. 21 2000)

Volgens Siebe Thissen staat de betekenis van ontwerp in het woord zelf verstopt: als je het opsplitst in ont- en -werpen komt hij te voorschijn. Als je een hand grint op de vloer werpt, vallen de steentjes in een willekeurige volgorde op het vlak. Dit maakt dat ont werpen, staat voor het ont-willekeurig structureren van die steentjes, oftewel, als we de steentjes zien als context, brengt ontwerp een onwillekeurige (dus betekenisvolle) structuur aan in z’n context. ***(Siebe Thisse, Rotterdam 2005)

Max Buinsma stelt hier naar analogie van Hegel (1835!); ‘…kun je zeggen dat het de brief is , die het belang bepaalt van de “voorraad van beelden, vormgevingen en eerdere kunstvormen, die [de ontwerper], op zichzelf, onverschillig zijn en die alleen belangrijk worden wanneer ze hem voor deze of gene inhoud het meest passend voorkomen”‘ ***(Max Bruinsma, Metropolis M, vol. 21 2000) In andere woorden zegt hij dat een ontwerper in dienst van vaststaande parameters (briefing), toepassingen maakt binnen –en verbanden aanbrengt in– de bestaande wereld (context). Belangrijk is te beseffen dat organiseren van structuren en aanbrengen van verbanden op een betekenisvolle wijze altijd cultuurgebonden is.

Ontwerpen is dus een manier van denken, een metafenomeen, niet specifiek gebonden aan een bepaald medium of onderwerp maar overal inzetbaar, vandaar dat het eigenlijk ook niet vaak zichtbaar, en dus bekend is.

korte geschiedenis van het vak (vaktechnisch)
Om een korte inleiding ook kort te houden zal ik me wat betreft de geschiedenis van het vak grotendeels beperken tot Nederland, middels het bespreken van enkele Nederlandse ontwerpers en stromingen in de twintigste eeuw.

Allereerst zal ik hier, met behulp van het boek ‘Grafische Vormgeving in Nederland - Een eeuw’ kort uiteenzetten binnen welke context grafisch ontwerp zich heeft ontwikkeld:

Op het gebied van het vroege grafisch ontwerp heeft in Nederland, vergeleken met de omliggende landen, een vrij uitzonderlijke situatie bestaan. Dit komt door de vrijwel gelijkwaardige positie van beeldende kunst, architectuur en kunstnijverheid (waar grafisch ontwerp onder viel), waardoor de graficus niet in de anonimiteit verzonk. Toch werd grafisch ontwerp pas na de Tweede Wereldoorlog een echt –op de academies onderwezen– vak. Dit is ook de tijd waarin het begrip huisstijl zijn intrede deed. Hiermee kwam een grote markt open te liggen in de vorm van instellingen en bedrijven, maar ook de overheid, ministeries en spoorwegen, die bewust van de diensten van de grafisch ontwerper gebruik gingen maken om zich middels een bijzonder grafisch beeld in de aandacht te plaatsen.

Kenmerkend voor het Nederlandse ontwerp is dat het altijd nauwe banden met de autonome kunsten en politieke en maatschappelijke ontwikkelingen heeft gehad. Maatschappelijk engagement of juist objectiviteit en distantie, zijn lang voer voor discussie geweest, en ook nu speelt deze discussie nog steeds een belangrijke rol.

Rond het begin van de vorige eeuw viel grafisch ontwerp nog onder de kunstnijverheid. Een belangrijke stroming in deze tijd was het zoeken naar het nieuwe, het jonge (Jugendstil, Art Nouveau, Nieuwe Kunst). Engeland was hierin het grote voorbeeld met de campagnes tegen neostijlen. Neostijlen aapten het bestaande willekeurig na, en maakten gebruik van allerlei ornamenten uit verschillende tijden, wat niet paste bij het streven naar nieuwe en eigen vormen. Het vakgebied was op te delen in versieren en functioneel ontwerpen (veelal typografie).

Met de intrede van de Eerste Wereldoorlog werden ook veel internationale contacten tussen ontwerpers/kunstenaars tijdelijk verbroken. Maar al voor deze oorlog waren er met het kubisme en futurisme stromingen op gang gekomen rond de afbraak van grenzen tussen de verschillende kunstdisciplines, en hun technieken. In Nederland verschenen na de oorlog twee tijdschriften die typerend waren voor de tijdsgeest; ‘Wendingen’ van de architect H.Th. Wijdeveld, en ‘De Stijl’ van Theo van Doesburg. Deze twee tijdschriften maken inzichtelijk welke twee stromingen er op dat moment naast elkaar bestonden. ‘Wendingen’ was niet erg vooruitstrevend, het was meer een luxe tijdsdocument waarin diverse stromingen van de jaren ‘20 inzichtelijk werden gemaakt. ‘De Stijl’, daarentegen had een zeer specifiek manifest en riep op tot ‘internationale eenheid in Leve, Kunst en Kultuur, tegen dogma’s en individualisme en voor een “Nieuwe Beelding”‘.

Met de intrede van het modernisme in de grafische vormgeving kwam er een taboe te liggen op decoratie, dit werd gezien als nutteloos, onproductief en individualistisch. Dit was het tijdperk van rationalisatie, standaardisatie en mechanisatie. Kurt Schwitters; ‘De eenvoud sluit helderheid, eenduidige, doelmatige vorm in zich… Schoonheid betekent goed uitbalanceren van de verhoudingen.’ •••(Kurt Schwitters, 1924) Deze zelfde geluiden klonken ook binnen het Bauhaus. De duitse typograaf Jan Tschichold zette al deze opvattingen in 1928 grondig op een rij in zijn ‘Die neue Typographie’. Dit boek was jarenlang een voorbeeld voor typografen die geloofden in ‘…een wereldbeeld dat collectief-totaal en niet langer individueel-specialistisch…’ was. ***(Tschichold, 1928) Rond deze tijd deed ook de fotografie zijn intrede, wat het vak drastisch zou veranderen.

In de jaren ‘30 leek het modernisme alweer op z’n retour. Het aan de macht komen van Hitler betekende nieuwe invloeden van emigranten in Nederland. Het contrast tussen de verschillende opvattingen versterkte, en daarmee ook de (diverse tegengestelde) politieke wortels in het ontwerp. Hierin begon steeds meer stelling te worden genomen ten opzichte van maatschappelijke thema’s zoals de opkomst van Nazi-Duitsland, de grote werkloosheid en de opkomst van anti-Democratische partijen.

In de expositie ‘Abstracte Kunst’ van het Stedelijk Museum  in 1938, was Willem Sandberg, graficus en conservator, een leidende figuur. Echter met de bezetting kwam er een (tijdelijk) einde aan de vernieuwingen. Zij pasten niet binnen het alomvattende Nazi-wereldbeeld, en met het uitvoeren van de rassenpolitiek kwam er een keuze op de schouders van de ontwerpers te liggen; voor of tegen. Velen kozen tegen, waaronder enkelen die dit met de dood hebben bekocht.

De tijd na de oorlog werd gekenmerkt door wederopbouw. Het nieuwe was per definitie gevaarlijk. Hiermee stonden ontwerpers al Sandberg, Elffers en Treumann in schril contrast, aangezien zij de nieuwe ontwikkelingen in kunst en vormgeving juist stimuleerden. Met de groeiende welvaart van de jaren ‘60 kwamen hier nog andere stromingen naast te lopen; de zakelijke, heldere en functionele vormgeving, en de kritische en provocerende. In de eerste lag de nadruk meer op ordening. Het optimisme van deze tijd kwam tot uiting in een objectieve, analyserende, informatieve en dienende grafische vormgeving, met namen als Wim Crouwel, Tel- en Total-design. Deze vormgeving sloot aan bij het idee van de huisstijl, waarmee veel bedrijven gebruik begonnen te maken van de diensten van ontwerpers.

Een andere beweging (rond Sandberg), die provocerend en kritisch bleef, vond aansluiting bij de protestbewegingen in politiek en de beeldende kunst. Hierbij horen (latere) namen als Anthon Beeke en Swip Stolk, die zelf nieuwe vormgeving probeerden te vinden, en zich daarnaast inspireerden op stromingen als Fluxus en Provo, die tegen de maatschappelijke orde ingingen. Ook Jan van Toorn vind in deze tijd een plek met werk dat helder en geordend, maar zeer maatschappijkritisch is.

De jaren ‘70 en ‘80 toonden een groeiende vrijheid, en daarmee een diffuus beeld van de ontwerpwereld. Belangrijke namen in deze tijd zijn Gert Dumbar, die zijn eigen studio begon met een dienende, ordenende stijl; Karel Martens, die een meer ingehouden, klassieke vormgeving nastreefde; en hierop voortbordurend groepen als Hard Werken en Wild Plakken, die geen eenvormige stijl erop nahouden, maar een vrije en veelzijdige manier van ontwerpen.

Ook onstaat er in deze tijd een verschuiving van het dienende karakter naar meer de artistieke uitdrukking van de ontwerper. De bedrijven gaan hier meer in mee, en vormgeving in Nederland ontwikkeld een hoog en kleurig niveau. Toch ontstaat er ook een bepaalde gelijkvormigheid hierin, wat ook komt door de mogelijkheden vand de techniek en de sterk groeiende hoeveelheid grafisch ontwerpers. Toch blijven er altijd individuele uitgangspunten een rol spelen, en individuele ontwerpers blijven tegenwicht geven aan de grote bedrijven doordat ze in een kleine praktijk zelfstandig blijven.

Tussen 1992 en 1999 groeide de beroepsvereniging Nederlandse ontwerpers van 74 tot 160. Dit maar om aan te geven hoe groot en divers het grafisch ontwerp op dit moment is. Alle stromingen in de kunsten hebben hun weerklank gevonden in het ontwerp. Toch blijft een belangrijk thema ook nu nog de grens tussen functionalisme en decoratie. Maar wat vaak gebrekkig blijft, is een theoretische basis van het vak, waardoor er eigenlijk geen duidelijke regels bestaan. Dit werd nog eens versterkt door de komst van de computer, waarbij alles mogelijk en bereikbaar werd. Critici vragen dan ook om reflectie op het vak, en het ontwikkelen van een toekomstvisie.

Ekele visuele voorbeelden van de besproken ontwerpers vind u in de eerste beeldbijlage.

Bijlage bestaat uit typerende beelden van:
1 Toorop
2 van Krimpen
3 Wendingen
4 De Stijl
5 Zwart
6 Sandberg
7 Elffers
8 Treumann
9 Crouwel
10 Anthon Beeke
11 Swip Stolk
12 Jan van Toorn
13 Karel Martens
14 Hard Werken
15 Wild Plakken

Crouwel/van Toorn-principe
Zoals eerder genoemd, bestaat er binnen het vak nog altijd een discussie over de grens tussen functioneel, ruisvrij ontwerp en geëngageerd, maatschappelijk relevant ontwerp. Dit omschrijft Sandberg al als een verdeling tussen ordening en expressie, maar de bekendste twee opponenten in deze klassieke discussie zijn toch wel Jan van Toorn en Wim Crouwel.

Jan van Toorn staat in deze voor de ontwerper met een eigen stem, die zich duidelijk verhoudt tot het onderwerp. Hij gelooft niet dat het mogelijk is om als ontwerper kritiekloos of meningloos vorm te geven. Zijn tegenhanger in dat opzicht is Wim Crouwel, die juist predikt voor een heldere, ruisvrije vormgeving. Toch vraag ik me in deze af of de verschillen tussen de twee niet vooral een verschil van interpretatie zijn in plaats van een fundamenteel verschil van mening.

Waar Crouwel zich vooral dienstbaar opstelt gaat dit uit van het denkbeeld dat hij de kern van de boodschap wil overdragen, zo helder en ruisloos mogelijk. Deze ideeën worden vormgegeven in combinatie met een fascinatie voor systemen en grids (lijnrasters). In dat opzicht staat het op een fundament van het switserse constructivisme. Crouwel omschrijft dit zelf in een kerstnummer van Drukkersweekblad; ‘The content determines the form, the typeface, the format, the cover, the binding. Every assignment can be divided into several factors, which are all interrelated. With each commission, as it were, you have to plot those factors along a horizontal and a vertical axis, stretch out a string and then see where it takes you. This has absolutely nothing to do with “l’art pour l’art”. The creativity is by no means lost. It is simply concentrated on a single point.’ ***(Crouwel, 1961) Jan van Toorns ideeën daarentegen komen meer voort uit het bauhaus, in die zin dat het maatschappelijke betrokkenheid uitstraalt. Toch is in zijn werk ook het belangrijkst het overbrengen van de boodschap. Hij ziet dit alleen breder; het overbrengen van de boodschap in al zijn positieve en negatieve facetten. Hij laat zijn ontwerpen verbanden leggen en relaties aangaan met de wereld waarin het geplaatst wordt. Hij ziet ontwerpen als visueel journalisme, en wijst op de kracht van ontwerp als meningvormend principe. In dat opzicht is het dus zelfs zeer belangrijk te beseffen waar je zelf als ontwerper staat, wat is jouw mening over het onderwerp? Vorm staat in dienst daarvan, het is niet het doel. Dit is ook vaak de kritiek die van Toorn indirect geeft op Crouwel; dat de vormlust een symptoom voor ontbreken van inhoud zou zijn. Crouwel brengt hier (zoals in het citaat) tegenin dat zijn manier niets van doen heeft met ‘kunst om de kunst’, maar dat de creativiteit zich alleen meer focust op specifieke aspecten.

Zij werken dus beide vanuit het principe zo eerlijk mogelijk de boodschap over te brengen. Crouwel zoekt een mogelijkheid daartoe in de vorm en typografie, die moet de aandacht trekken en vervolgens de boodschap helder, zonder ruis (en context) overbrengen. Van Toorn is van mening dat ontwerp nooit ruisloos kan zijn, en richt zich juist meer op de inhoud ín die context en minder op de vorm. Door de jaren heen heeft de laatste steeds meer overtuigd als mogelijk maatschappij-vormend mechanisme. Het is echter naast deze visie belangrijk om in te zien dat er behoefte blijft aan, en noodzaak bestaat voor, nieuwe vormen en systemen waaraan ontwerpen zoals Crouwel gehoor geeft en in die zin dus ook indirect een vormend mechanisme in is. Misschien ligt hier ook wel een mogelijkheid voor de beide stromingen om naast elkaar te bestaan en op elkaar te reageren zonder elkaar te bijten (zoals dat ook al die tijd al goedgegaan is); Ontwerp op z’n van Toorns heeft eenvoudigweg een ander werkveld (maatschappij, inhoudelijke (beeld-)cultuur) dan dat van Crouwel (systeem, vorm, visuele (beeld-)cultuur).

H2 Heden
korte inleiding in mediatheorie
Om de verschillende visies op ontwerp die vandaag de dag bestaan in het juiste perspectief te zetten is het belangrijk een basiskennis van media- en beeldtheorie te hebben en te begrijpen hoe de werking van een media zich verhoudt tot een ander. Ik zal hier met behulp van onder andere de boeken ‘Marshall McLuhan Unbound’ (verzameling teksten van Marshall McLuhan) en ‘over mediatheorie’ (Arjen Mulder), proberen een kort overzicht te geven van enkele denkbeelden.

Media is meervoud van medium, een door mensen geplande en gemaakte, technische of artificiële uitbreiding van een lichamelijk vermogen. ***(Arjen Mulder, 2004) Dit werkt altijd twee kanten op, de televisie werkt enerzijds als verlengstuk voor ogen en oren, anderzijds vormt het ook een manier om de wereld vorm te geven, bijvoorbeeld via meningsvorming. Dit is ook een direct effect van ieder medium; mensen veranderen niet op de eerste plaats door de informatie die via een medium wordt uitgewisseld, maar primair doordat zij zich op het medium aansluiten (bijvoorbeeld spraak in een kroeg en een telefoon). In andere woorden; de wereld ontstaat niet als gevolg van het feit dat we haar waarnemen, maar haar verschijningsvorm ontstaat als gevolg van de manier waarop we haar waarnemen. De wereld bestaat niet onafhankelijk van de media waarmee ze wordt geregistreerd [en dus tegelijk ook geregiseerd]. Met andere woorden; Media representeren niet, ze presenteren. ***(Arjen Mulder, 2004)

Hiermee komen we terug op misschien wel de bekendste uitspraak van Marshall McLuhan, ‘The medium is the message’ ***(Marshall McLuhan, 1960) Waarmee hij bedoeld dat ieder medium deel van de boodschap is, de boodschap wordt mede bepaald door het medium dat hiervoor gekozen wordt. Zo bedenkt hij ook dat ieder medium een corresponderende ‘ruimte’ bezit, met deze ruimte maakt een medium dat mensen elkaar begrijpen, omdat zij zich in dezelfde ruimte begeven. Ook bepaalt deze ruimte wat er wel en niet met het medium gezegd kan worden, zo kun je bijvoorbeeld geen foto overbrengen via het medium spraak. Het belangrijkste aspect van dit begrip ruimte is misschien nog wel hoe makkelijk het zich laat accepteren (normaliteit). Op het moment dat je de radio aanzet creeert deze een ruimte waarvan je je niet bewust bent. Je hebt het idee dat je alleen informatie ontvangt in de vorm van geluid en hebt er bijvoorbeeld geen erg in dat je geen beeld ontvangt, of afstand.

Communicatie bestaat uit drie niveaus; informatieoverdracht (informatie), de manier waarop dit wordt overgedragen (betekenis) en het resultaat dat dit samen teweeg brengt (effect). ***(Arjen Mulder, 2004) Hieruit blijkt dat objectieve informatieoverdracht feitelijk onmogelijk is, aangezien het altijd gefilterd wordt door de verwachting, mediale ruimte, cultuur, enzovoort, van de ontvanger. Mulder verklaart het idee dat objectieve communicatie wel degelijk mogelijk zou zijn als uitkomst van het medium schrift, waarin je door het rangschikken van woorden in regels en zinnen een danige afstand schept tot wat je zelf beweert, dat je in staat bent in te zien hoe je smaak, emoties, gevoelens, intuitie, enzovoort je opmerkingen verdraaien, kleuren of anderszins subjectief beinvloeden. ***(Arjen Mulder, 2004)

De manieren waarop een medium werkt worden opgedeeld in drie mogelijkheden; Warme media verhitten bepaalde zintuigen, maar laten de verbeelding koud (ze roepen verlangens op). Koude media doen de zintuigen weinig, maar roepen daarentegen verbeeldingskracht op (ze verleiden). Oververhitte media fascineren; ze werken zo enorm sterk op bepaalde zintuigen in dat hiermee wil en verbeelding wordt doodgeslagen. Ter verduidelijking; fotografie is een warm-, tekst een koud- en televisie een oververhit medium. Vandaar dat je je bijvoorbeeld niet herinnert van wat je eergisteravond op tv hebt gekeken, maar wel welk boek je een maand geleden hebt gelezen.

Dit begrip is fundamenteel om de werking en invloed van media te kunnen begrijpen. Zo noemt Mulder ter verduidelijking; ‘Hete beelden werken met betekenis; de kijker snapt wat er wordt getoond en welke reactie dat vereist… (Porno is een heet medium)… Koude media werken “semiurgisch”, dat wil zeggen: het verbeelde zou betekenis kunnen hebben of krijgen, maar die is vooralsnog raadselachtig.’ ***(Arjen Mulder, 2004)

Manieren van werken
Vandaag de dag is, net zoals alles in de wereld, het vakgebied zeer divers. Zo is er bijvoorbeeld een groep ontwerpers die voortboorduurt op het modernisme, een andere groep werkt meer vanuit een sterk ontwikkeld persoonlijk handschrift, en weer een andere werkt voornamelijk typografisch.

Maar de –betreffende deze scriptie– interessantste ontwerpers, bestaan binnen de groep ontwerpers die zich inbed in het bestaande door het gebruik van, en refereren aan verschillende beeldtalen, die zich bezig houdt met coderen, met het vormen, presenteren en representeren van boodschap en maatschappij, zich telkens opnieuw afvragend hoe dit zou moeten, wat de optimale manier hiervoor is. Die vragen stelt en verbanden aanbrengt tussen het onderwerp en de rest van de wereld.

Ontwerp als ‘coderen’ / metaforisch, overbrengen van boodschap / betekenis (geven)
Om de verschillende manieren van ontwerpen te kunnen onderscheiden is het het handigst de verschillen te benoemen. Dit wil ik doen aan de hand van een bedacht en voorlopig spectrum, de eerste as hiervan is te benoemen als ‘coderen’. Dit staat voor de manier van ontwerpen waarin gebruik wordt gemaakt van bestaande beeldtaal/-cultuur, het ontwerp hierin wordt ingebouwd. Middels het bedenken van een metafoor of toekennen van context wordt een betekenis overgebracht, en vaak ook toegevoegd. Naarmate het coderen sterker wordt, kan het ontwerp specifieker voor een bepaalde doelgroep worden, of in ieder geval minder snel z’n boodschap loslaten. In dit opzicht lijkt het coderen op het verschil tussen warme of koude media. Een ontwerp zoals we dingen op bijvoorbeeld MTV voorbij zien komen zou dan oververhit genoemd kunnen worden, met dat verschil dat een oververhit ontwerp inderdaad weinig ruimte overlaat voor de onaangesproken zintuigen, maar dit niets zegt over de mate van betekenis. Kort door de bocht kun je deze arm ook omschrijven als (re-)presenteren van een (externe) boodschap.

Ontwerp als onderzoek naar systemen/vormen/communicatie/ ontwerp over zichzelf
Een andere as van het spectrum is te vinden in de mate van zelfonderzoek, of in andere woorden in hoeverre het ontwerp onderzoekend en kritisch is over het eigen vakgebied. Of een ontwerp ingaat op het eigen vakgebied zegt niets over de mate van codering die erin wordt toegepast, meer over de manier waarop het bv. nieuwe structuren en manieren probeert te vinden (dit kan ook in het concept plaatsvinden). Deze as is simpeler te beschrijven als ontwerpen vanuit systeem (waarbij het onderwerp zich in het ontwerp zelf bevindt of zelfs het ontwerp zelf is). Ik zal hierna proberen het hier voorgestelde spectrum toe te passen op enkele hedendaagse ontwerpers, om te zien in hoeverre het ook daadwerkelijk functioneert. Hopelijk helpt het in ieder geval alvast wat overzicht te scheppen in het diffuse beroepsveld.

Misschien zijn er ook nog meer assen denkbaar, maar wat ik een belangrijk verschil vind met het eerder omschreven Crouwel/van Toorn-principe vindt, van waaruit dit systeem is bedacht, is dat het ruimte laat voor beide kanten, niet of/of. Ik probeer beide manieren van ontwerpen uit te zetten tegen elkaar, niet tegenover elkaar. Hiermee is het denkbaar dat iemand vanuit de ideeën van van Toorn werkt en toch ook onderzoekend als Crouwel.

Enkele hedendaagse ontwerpers overtuigingen (in willekeurige volgorde)

Experimental Jetset
[ T-shirts (scannen items1/2003 blz 53) ]
T-shirts, 2000 - 2002.

Experimental Jetset bestaat uit Marieke, Danny en Erwin. Ze werken in Amsterdam, onder deze naam sinds 1997. EJ werkt sterk vanuit het medium. Veel projecten komen dan ook voort vanuit dit idee van het medium an sich, wat modernistisch te noemen is. Zelf benoemen ze dit als “het idee dat de oplossing (van een bepaald probleem) in het probleem zelf verscholen ligt”. Een serie t-shirts die zij tussen 2000 en 2002 uitbrachten, vormt een onderzoek naar de relatie tussen de slogan en het t-shirt. De vraag op zich bestaat uit twee delen; t-shirt en slogan (en natuurlijk hoe die zich tot elkaar verhouden). Van deze twee is t-shirt eigenlijk een vaststaand gegeven, het is een medium, het is wat het is en kan hooguit afwijken in kleur of pasvorm, maar in essentie staat het vast. Dan blijft dus het gegen (t-shirt-)slogan over, hiermee gingen zij aan het werk en brachten dit op verschillende manieren terug naar de essentie als medium. Hierbij lijken ze zich gericht te hebben op diverse elementen waaruit de slogan bestaat; essentie van de boodschap, manier waarop de inhoudelijke boodschap ontstaat, waar de slogan naar verwijst, hoe de slogan ontstaat/bestaat/verandert/hervormt, enz. Eigenlijk dus een analyse van de slogan als medium, het daarmee verheffend tot object.

Als we dit ontwerp dus proberen te plaatsen in het voorgestelde spectrum, komt het op de as van coderen heel laag te staan; misschien zelfs wel op nul. Hierdoor spreekt het zeer duidelijk, het is, zowel qua vorm als qua betekenis een helder en toegankelijk ontwerp. Door de ‘koude’ werking zet het wel aan tot denken. Op het vlak van systeem scoort het juist zeer hoog, het is verheffing van (analyse van) systeem tot object. Systeem is in deze niet een vorm, maar de manier waarop een slogan ontstaat, werkt, gebruikt wordt, gepresenteerd, gerepresenteerd, afgebroken, gereflecteerd, enz. Hierdoor ontstaat ook de maatschappelijke relevantie, ondanks dat er niet direct een externe boodschap of onderwerp wordt gerepresenteerd (wel indirect, maar dat is bijna altijd het geval). Het gaat over het proces van (re)presenteren van een mogelijke externe boodschap.

Golden Masters
[ http://www.harmenliemburg.nl/subjects/gmhighlights/illustrations/1springremix.jpg ]
Spring Remix, 2001

Harmen Liemburg en Richard Niessen werkten samen als de Golden Masters. Harmen zegt zelf onderzoek te voeren in het gebied tussen traditionele Japanse houtsnedes en moderne consumptiegoederen. Deze visual voor het springdance festival is typerend voor de manier waarop zij werken; zeer gelaagd, veel detail, veel kleur. GM stond oorspronkelijk voor Graphic Music, wat veel zegt over hun mentaliteit. Het is nog het best te omschrijven als systeem-ontwerp, zo ontwerpen ze hun eigen fantasiewereld uit allerlei terugkerende elementen waar telkens opnieuw uit wordt geput en aan wordt toegevoegd.

Geplaatst in het voorgestelde model scoort het werk op de as van coderen vrij hoog, zij creeëren hun eigen beeldtaal, die ze toevoegen aan de bestaande. De elementen zijn veelal verbeeldingen van bestaande objecten, en refereren hier dus aan. Door het samenvoegen van de elementen ontstaat betekenis en kunnen verhalen verteld worden. Toch lijkt het werk veelal puur te gaan over het scheppen van een fantasiewereld, waar verder geen oordeel of statement in wordt gelegd. Weinig (externe) boodschap dus. De boodschap is echter wel te herkennen op de systeem-as, waarbij de boodschap het ontwerp zelf is. Het is dus ontwerp over visuele vorm, over visualisatie en representatie van de wereld.

TCHM / Felix Janssens
[ http://www.tchm.nl/view.php?file=180 ]
Audioguide Project Rotterdam (ism. Yvette Benningshof, Daniël van der Velden, Ben Laloua), 2005

Felix Janssens staat met T(C)HM in een groot netwerk van ontwerpers, kunstenaars, schrijvers en filosofen. Hun projecten houden zich voornamelijk bezig met representaties van groepen mensen. Het accent hierin ligt erg op de rol van de persoon en het persoonlijke; een groep wordt gezien als verband tussen individuen, en een huisstijl kan alleen maar bestaan als manier van communiceren, alsof het een taal is die mensen binnen de organisatie met elkaar kunnen spreken, en waarmee ze ook naar buiten zich onderscheiden. Door de manier waarop de maatschappij georganiseerd is, in groepen die bij elkaar komen en weer uit elkaar gaan in een grote dynamiek, moeten ontwerpen die deze maatschappij vormen en ordenen dezelfde dynamiek bezitten. Gebruikte beelden komen dan ook vaak direct uit deze maatschappij en de verschillende subgroepen.

Deze posters dienden ter bekendmaking van een tentoonstelling van Rotterdamse kunst, ontwerp, architectuur en reclame in het Boijmans. Op de poster staat pontificaal een telefoonnummer, als een directe link terug naar de zender. Het betreft hier dan ook een tentoonstelling over Rotterdamse kunst in relatie tot de stad, vandaar deze mogelijkheid tot ‘interactie’. Als het nummer echter gebeld wordt, blijkt dat het deel van de tentoonstelling is, een mobiel en dynamisch systeem om de stad Rotterdam tentoon te stellen in de stad Rotterdam. Wellicht bestaat een mogelijkheid tot het achterlaten van een bericht, of deze afgeluisterd worden is niet duidelijk.

Als we dit project in de vorm van de posters in het analysemodel plaatsen, komt op het vlak van coderen sterk het meerlaagse naar voren; de meest directe, textuele laag vormt vooral een directe, boodschap; bel dit nummer! Deze laag bevat nog wat andere informatie, o.a. dat het een audioguide is in het kader van project rotterdam, en dat het met het Boijmans te maken heeft. Hier wordt echter amper codering toegepast (de link naar het telefoonnummer is een directe boodschap in de poster, niet erbuiten), hooguit een kleine (volgens mij betekenisloze) versiering. In de onderliggende laag, die vooral uit beeld bestaat speelt zich ook weinig coderen af, alhoewel je de verschillende stofpatronen die in zachte kleuren de achtergrond vormen zou kunnen zien als verwijzing naar mode o.i.d. Ik denk echter dat dit er niet mee bedoeld is, het is meer ontstaan uit het spelen met bestaand beeld, zoals Samira Benlaloua dit omschrijft met ‘waardering voor chaos en experiment’.

In de gedachteruimte die ontstaat uit de koude manier van aanspreken van de zintuigen ontstaat juist wel weer een grote mate van betekenis, deze staat echter buiten het ontwerp en ontstaat ook niet uit een directe boodschap waarnaar het ontwerp verwijst. Deze ontstaat pas in de verbanden en associaties die je zelf legt en is daarmee ook voor iedere persoon anders.

Op de as van systeem en onderzoek naar communicatie heeft dit ontwerp juist een hoge waarde; het gaat heel sterk over de manier waarop ontwerp werkt, in mijn associatie vooral over de ruimtes die nieuwe media als telefonie creëeren. Het zet zichzelf neer als ware het een snelkoppeling naar de boodschap, de directe boodschap bevind zich echter vooral in de poster zelf. Er wordt verder ook geen externe boodschap gerepresenteerd, zelfs niet direct dat het een tentoonstelling in een museum betreft. In dat opzicht is het ontwerp zelfs bijna een autonoom kunstwerk te noemen, het staat op zichzelf en is pas in een latere laag ‘dienstbaar’ aan de tentoonstelling / het museum.

Thomas Buxó
[ complex newspaper (scannen uit items1/2003 blz. 84) ]
Een complexe krant, 2002.

Deze krant is ontstaan uit een samenwerking tussen Thomas Buxó en de fotograaf Juul Hondius. Juul houdt zich bezig met het dialecten in nieuwsfotografie. Veelal levert dit beklemmende foto’s van situaties die je wel herkent, maar niet kent. Mensen in een bus met beslagen ramen, op weg naar? Het werk zet je neer als beschouwer, maar zet je buiten de situatie en maakt je hiermee bewust van beeldvorming zoals die werkt in het nieuws. Thomas heeft hierop een context gecreëerd. Hij heeft een laag toegevoegd die bestaat uit de opmaak van een krant. De koppen bestaan uit steekwoorden waaruit door een tekstgenerator koppen zijn gegenereerd. Deze nonsenskoppen gaan doordat ze gramaticale volgordes in drie verschillende talen aanhouden een rol spelen, zij worden de tekstuele tegenhangers van de beelden. Ze vormen zowel een verduidelijking (ruis van waaruit de beelden beter begrijpbaar worden), als een suplement op de beelden.

Dit werk verwijst indirect naar een externe boodschap (in de onderwerpen van de foto’s), waarmee het metaforisch en iconisch genoemd kan worden, maar doordat deze beeldtaal vooral wordt ingezet als onderzoek naar en verwijzing naar zichzelf, werkt het ontwerp vooral op het vlak van systeem. Het houdt zich bezig met beeldvorming, maar creëert niet zelf nieuwe metaforen of vormen, het analyseert en bevraagt eerder de bestaande.

Luna Maurer
[ http://www.poly-luna.com/poly_luna_html/image/stedelijk_poster.jpg (of scannen uit Items) ]
Poster/uitnodiging voor NEST. Ontwerpen voor het interieur (ism. Jonathan Puckey), 2005.

Deze poster is tot stand gekomen met behulp van de tool ‘Paper Plus Plus’ (Jonathan Puckey en Timo Hofmeijer), wat inhoudt dat de ontwerper zelf maar gedeeltelijke zeggenschap heeft over het ontwerp, dat deels ook wordt ‘gegenereerd’ via het honderden malen herhalen van vastgestelde regels. De invloed van de ontwerper ligt in het bepalen van de regels, als ook in het uitvoeren van de regels. Voor deze poster waren de regels ongeveer:

kies random uit (stip stip stip stip lijn beeld)
vertikale afstand is kleiner dan 5 cm
horizontale afstand beslis je zelf.
als het een stip is:
plaats hem binnen 50 cm horizontaal van het laatste beeld
als het een lijn is:
verbind random 2 of 3 stippen
kans van 1 op 2;
geef de lijn een naam (van een kunstenaar)
als de lijn een andere lijn kruist;
plaats een cirkel in de buurt
kans van 1 op 5;
markeer een regio tussen 2 of 4 stippen
benoem deze met een random filenaam
herhaal

Dit ontwerp is vooral gericht op systeem, maar toch lijkt het ook coderend vrij sterk te werken. Het legt verbanden aan in de inhoud, door stippen en lijnen ontstaat als het ware een netwerk. Toch verwijst dit niet naar een betekenis, het is feitelijk zelfs betekenisloos, bij nadere inspectie blijken de stippen, lijnen en foto’s geen externe relevantie te hebben (behalve misschien dat alles met elkaar in verband staat?) Toch is dit een vrij typische beeldtaal, die vaak samenhangt met ‘gegenereerd’ ontwerp. Dus misschien verwijst het daar naar, maar dat valt onder de systeem-as. En inderdaad, op dit vlak werkt dit ontwerp zeer sterk. Het is een vertaling van een systeem-manier van ontwerpen, waarbij kansen en willekeur de toon voeren. (Grappig, dat de belangrijkste invloed die een computer vaak lijkt te hebben op grafisch ontwerp willekeur is). Deze manier van ontwerpen zie ik in een geschiedenis van zoeken naar de samenwerking tussen beredenering en willekeur, zoals ook bv. Crouwel al keuzes uit handen laat nemen door systemen. Luna zegt hier zelf ook over niet geinteresseert te zijn in smaak, omdat het toch maar subjectief is. Ze is meer geinteresseert in hoe systemen en regels werken en hoe je hier creatief mee om kunt gaan.

Maureen Mooren & Daniël van der Velden
[ http://www.designmuseum.org/designersimg/119_11Lg.jpg ]
Identiteit voor het Holland Festival 2005.

De visuele identiteit van het Holland Festival 2005 leverde en levert de nodige stof tot discussie. Het duidelijkst bestaat het werk van Maureen & Daniël uit onderzoek naar identiteit. Gevoed door experiment proberen ze een nieuwe manier te vinden waarin ontwerp het eclecticisme en de verstrooiing van deze tijd kan weerspiegelen, een manier die beter bij de huidige situatie past en effectiever is, in een maatschappij waarin ontwerp bestaat in een overload van visuele informatie. Zij vinden dat je in de huidige post-welzijns-/poldermodelstaat een situatie is waarin rechtse politiek de maat voert door in te spelen op xenofobe, populistische angst en hoop. Op z’n minst is het beeld van de Nederlandse samenleving gecompliceerder en gelaagder geworden, wat maakt dat dutch-design-clichés als helderheid, tolerantie en directheid niet meer afdoende zijn om het land te weerspiegelen.

Bovendien is conceptuele vormgeving van de jaren ‘90 gebaseerd op een alomvattend basisidee, waarop het hele ontwerp evolueert. Dit soort ontwerp zorgt voor een consistente lijn in uitingen, maar is ook vrij statisch. Ontwerp is volgens hen een slaaf geworden van de gebeurtenissen waarover het communiceert, waarbij ook nog eens gecommuniceerd wordt op een objectieve wijze. Hierbij wordt de subjectieve en interactieve context waarin het communiceert simpelweg ontkend. Daarom zijn simpele, eenzijdige oplossingen alleen effectief indien het subject wordt teruggebracht tot pre-informatie-overloade setting, waarin ervanuit gegaan wordt dat er sprake is van een lege context, een tabula rasa. Dat is niet meer de staat van de huidige ontvanger, dus zullen we op zoek moeten naar nieuwe vormen.

Zo bestaat de identiteit van het Holland Festival niet uit een logo, wat een vertaling zou zijn van stabiele, veilige ideeën, van een functioneel programma van eisen. In plaats daarvan hebben ze een ‘teken’ bedacht, dit vanuit het idee dat een teken ‘leeg’ is en in staat is een veelheid aan betekenissen en interpretaties eigen te maken, ondanks z’n initiele duidelijkheid. Een teken is volgens hen vrij te bestaan buiten z’n gastheer, dit teken heeft dus ook de vrijheid níet voor het Holland Festival te staan. Verder springt de gelaagdheid van de posters met het teken af. Gebruikmakend van ruitpatronen (stofpatronen, net als de audioguide posters van TC(H)M), worden bestaande beelden die met Holland te maken hebben gestapeld. Hierdoor gaan ze een relatie aan en op elkaar reageren, elkaar versterken, elkaar te niet doen. Zo proberen ze de maatschappij te weerspiegelen, ze gaan uit van een gemeenschappelijke algemene deler in de vorm van een bepaalde kritieke visuele geletterdheid onder de mensen. Ze hoeven niet meer alles uit te leggen, ze nemen positie bovenop de bestaande beelden, mixen die tot een identiteit. Er is veel kritiek geuit op deze posters, alsmede het idee van een teken in plaats van logo. Zo zou het bijvoorbeeld niet dienstbaar zijn aan het Holland Festival en zou het niet (eenduidig) communiceren, het weerwoord hierop is dat dit ook niet de doelen zijn geweest, en dat, bovendien, deze doelen achterhaalde ideeën zijn. Ideeën uit een vroeger tijdperk, zo je wilt.

Deze ontwerpen hebben zowel op de coderen-, als op de systeem-as een hoge waarde. Deze combinatie maakt ze enerzijds niet zo toegankelijk, anderzijds zeer interessant. De hoge waarde wat betreft coderen maakt ze vrij tijdgebonden, dit klopt echter ook bij de systeem-as; het is een onderzoek naar gelaagdheid en diversiteit binnen de systemen van visuele communicatie. De codering is zo gelaagd dat het in eerste instantie misschien afschrikt, echter doordat er vooral gebruik is gemaakt van iconische beelden uit de algemene (consumptie) beeldcultuur, stapt het ontwerp hier vrij snel overheen. Wat dan ontstaat is inderdaad een ontwerp dat wel degelijk Holland (subjectief) weerspiegeld. Het ontwerp representeert, net zoals alle andere hedendaagse communicatie, vele externe boodschappen, door elkaar, over elkaar. Opvallend is dat het festival hierin maar bijzaak is. En ook de interne boodschap gaat over het fenomeen communicatie, over het door hen bedachte teken, dat in verband wordt gebracht met de externe boodschappen. Zelf zeggen ze hierover: ‘Het is toch geweldig en noodzakelijk als een affiche, of een gebouw, of wat dan ook, een evenement op zichzelf is?’ ***(Daniël van der Velden, 2005)

Mevis en van Deursen
[ http://www.designmuseum.org/designersimg/42_6Lg.jpg en http://www.designmuseum.org/designersimg/42_5Lg.jpg ]
Rotterdam Culturele Hoofdstad, 2001

Eén van de vele bekende ontwerpen van Armand Mevis en Linda van Deursen is deze huisstijl. De ontwerpers zijn hebben aan de Rietveld academie gestudeerd in de jaren ‘80, en zijn naar eigen zeggen min of meer autodidact. Ze voelden zich niet thuis in de destijds bestaande ideeën over grafisch ontwerp, en het vroege werk bestond dan ook veel uit zoeken en experimenteren. Hierdoor ontwikkelden ze sterk een eigen stijl. Waar Armand vooral zegt geïnteresseerd te zijn in het idee van zichtbaarheid door dingen te vermenigvuldigen/herhalen, en het principe van werken volgens een probleem of vraag en proberen dit op te lossen zegt Linda vooral blij te zijn een werkveld te hebben dat nut heeft en geïnteresseerd te zijn in werken met taal.

De Rotterdam huisstijl is mijns inziens vrij typerend voor hun werk, in ieder geval qua omgang met het betekenis. Ten grondslag aan dit ontwerp ligt het cartografische teken voor een stad; cirkel of vierkant. Hieraan voegen zij de grafische notatie voor een rivier toe in de vorm van een witte lijn. Het is deze rivier die dwars door Rotterdam gaat, en dus ook dwars door iedere grafische uiting binnen dit ontwerp. Het thema van representeren van de stad als veelsoortigheid van bevolking wordt vertaald naar de veelheid waarin cirkels en vierkanten kunnen worden gecombineerd en herhaald in de drie kleuren van de huisstijl. Dit levert mooie grafische patronen op. Zelf zeggen de ontwerpers hierover dat het een visuele vertaling van het begrip heterogeniteit vormt. Of dit daadwerkelijk het geval is werd nogal eens weersproken; zo zou de effectiviteit juist berusten op de gelijkheid, dus orde en overzicht scheppen door middel van homogeniteit.

Geplaatst binnen het schema lijkt dit ook bevestigd te worden; het ontwerp bevat een hoge mate van codering. Dit is ook niet zo vreemd, als je bedenkt dat een landkaart op zich al een schematische codering is, en dat het ontwerp hier weer op is gebaseerd. Je kunt dan ook zeggen dat het ontwerp zeer omslachtig, via een grote omweg probeert te verwijzen naar een externe boodschap in de vorm van heterogeniteit en eenheid uit verschillendheid van de bevolking. Als we kijken naar de semiotische werking verwijst het ontwerp direct naar steden op landkaarten, en via deze landkaarten dus naar geografie, niet of pas veel verderop naar bevolking. Verder is het ontwerp, als we kijken naar systeem vooral een spel, het probeert een systeem te laten ontstaan uit spelen met vormen. Ik zie in dit systeem echter geen link met de werkelijkheid, en dat maakt het vooral mooi, maar dat is volkomen subjectief. In dit geval (mooi is nog geen boodschap in zichzelf) heeft het ontwerp dus een zeer lage systeem-onderzoekswaarde.

Jop van Bennekom
[ RE- (foodcoma) ]
Re- magazine, 1998 - heden
Jop van Bennekom’s Re-magazine is ontstaan uit onvrede met de bestaande bladen, waarin glamor en onbereikbaarheid de boventoon voeren. Het principe waarop deze bladen is het scheppen van afstand tussen jou en hen (bv. filmsterren). Het magazine legt dit bloot door een andere omgang met dit fenomeen. Het gaat juist over normale mensen, mensen om je heen, jijzelf, met alle menselijkheden die daar bijhoren. Het zet deze ‘normale’ mensen neer als filmsterren, het zoomt in op goede, maar ook minder goede kanten van de persoonlijkheid.

Het blad is evolueert ook telkens door, in een interview met Jop verteld hij hierover; ‘Dat is eigenlijk altijd nog een heel experimenteel soort proces, we werken eigenlijk altijd vanuit eigen ervaring; allerlei verschillende mensen interviewen en daar weer één tekst van maken. We hebben nu 3 nummers gemaakt die gaan over een fictieve persoon, maar alle verhalen die erin staan zijn afkomstig van echte personen, en zo lopen eigenlijk fictie en werkelijkheid door elkaar heen. Zo mixen we de werkelijkheid tot een nieuwe werkelijkheid. We zoeken hierbij wel naar een soort extremiteit, een soort extremiteit die in Nederland ook heel moeilijk te vinden is. Wat we wel willen is dat van iedere persoon het karakter ook een statement is. We willen wel iets vertellen dat groter is dan de persoon zelf. Dat is heel belangrijk.’ ***(Jop van Bennekom, 2004)

Het werkt natuurlijk vrij generaliserend om het magazine als serie te proberen te plaatsen binnen het model, vandaar dat we hierbij uitgaan van het nieuwste nummer ten tijde van mijn interview; ‘Food Coma’. Het hele nummer is in zwart-wit, nog wel in tabloid vorm (dit wisselt), met enkele fotospreads in kleur. Het blad is per definitie zeer gelaagd, het bevat veel verhaallijnen door elkaar, zowel in tekst als beeld. Zo bestaat dit nummer onder andere uit 3 tekstuele ‘hoofstukken’; tasting, eating en puking. Hier werken in beeld tussendoor; Marcel, le buffet, Provence, food coma en le corps. Deze beeld-hoofdstukken worden weer afgesloten door een bladzijde ‘notes on…’, waarin verschillende associaties in tekst worden uitgewerkt.

Deze gelaagdheid maakt een grondige analyse op zich heel interessant, aan de andere kant, ook zeer moeilijk en gevoelig voor interpretatie. Voor nu zal ik me beperken tot de algemene vorm van dit magazine. Op het gebied van coderen staat deze vrij laag; foto’s zijn zelfs grotendeels in zwart wit, zonder veel referenties naar een externe boodschap. Toch varieert ook dit weer per hoofdstuk; in bijvoorbeeld ‘food coma’ wordt duidelijk gerefereerd aan een gevoel van jezelf volproppen, gulzigheid die iedereen bezit. En zo verwijst ‘provence’ misschien naar ‘het goede leven’. In het geheel zou je het kunnen zien als een visuele vertaling van principes rondom (de werking en bezigheid van) eten. Zoals Jop zelf ook aangeeft, ontstaat deze betekenis, het verhaal dat groter is dan de persoon zelf, vooral in de gelaagdheid. Dit maakt dat het vooral op het vlak van systeem een hoge waarde heeft, en een grote mentale ruimte creëert. Het blad laat je op allerlei verschillende niveaus nadenken over onder andere zichzelf, media in het algemeen, lifestyle en in dit geval, eten. Zoals we ook bij andere ontwerpen al zagen, activeert het sterk de onaangesproken zintuigen door een ‘koude’ vormgeving.

Ben Laloua/Didier Pascal
[ RKS (scannen Items3/2002 blz83) ]
Rotterdamse Kunst Stichting Huisstijl, 2002.

Ben Laloua is opgeleid aan de St. Joost academie en werkt in Rotterdam. Met haar werk past zij in een vooruitstrevend ontwerpveld, kritisch over het vakgebied en zoekend naar beter passende en kloppende manieren om in de hedendaagse samenleving te communiceren. Heel interessant vind ik haar overtuiging dat ontwerp een gesprek moet zijn, in plaats van een plichtmatig kritische houding, zoals we die vaak zien. ‘Het grote bezwaar van deze vorm van kritiek is dat je je publiek niet serieus neemt. De ontwerper met een boodschap opereert not vanuit een eenzijdig Bildungsideaal. In plaats van al maar kritisch te willen zijn, is het interessanter als de ontwerper de kwaliteit en werking van zijn middelen onderzoekt.’ ***(Ben Laloua, 2002) De rol van de ontwerper bestaat een grondige analyse van de opdracht, van waaruit procesmatig, met inzicht in de verschillende belangen bij de informatieoverdracht en vanuit intuïtie en expertise ten aanzien van visuele communicatie wordt toegewerkt naar een ontwerp.

Zo bouwt ze met haar huisstijl voor de RKS voort op de ideeën die in een samenwerking onder TCHM ontwikkeld waren in het onderzoeksproces voor de huisstijl van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001. Vanuit het idee dat kunst, cultuur en multiculturaliteit niet meer onder één beeldteken te vatten zijn, ontwierp zij een variabel beeld systeem dat probeert los te komen van de heraldische traditie waaruit centrale logosystemen voortkomen. Het systeem weerspiegelt de veelheid en diversiteit van beelden en tekens in de stad.

Een helder idee, dat een heldere en duidelijk ontwerp oplevert. Op het vlak van coderen scoort dit ontwerp niet zo heel hoog, wat het toegankelijk en begrijpbaar maakt voor een wijd publiek. De figuren verwijzen op zichzelf wel naar allerlei (veelal zeer ingewikkelde) codes uit verschillende culturen, maar doen dit in zichzelf als vrijwel directe weergave van de vorm. Het zijn simpelweg illustraties van externe codes, niet zozeer codes op zichzelf. Uit de verwijzing naar codes als fenomeen onstaat een boodschap van multiculturaliteit. Het ontwerp is, doormiddel van het decentrale logosysteem een ontwerp dat over representatie gaat. En dus scoort het op het vlak van systeem-onderzoek vrij hoog. Toch wordt ook wel degelijk een codering toegepast, dit is misschien wat ze met het onderzoek naar de werking van haar middelen bedoelt; de verwijzingen zijn in hun vorm ook weer een codering. Het zijn niet directe afbeeldingen, het zijn outlines van culturele figuren. Hiermee is het ontwerp ook gedeeltelijk minder toegankelijk, het staat duidelijk in een hedendaagse beeldmaatschappij en probeert niet tijdloos of iets dergelijks te zijn.

Airplant
[ http://beta.michaelvanschaik.nl/stadsmarkering/1e%20beta/# > pano Hafid ]
Voorstel ‘Stadsmarkering’ voor de Amsterdamprijs voor de Kunsten, 2003.

De jaarlijks uitgereikte Amsterdamse Prijzen voor de kunst bestonden altijd uit een, door een kunstenaar ontworpen prijsobject. Met dit voorstel voor de vernieuwde Amsterdamprijs wilden de Airplanters (Rogerio Lira, Gabriëlle Marks en Aldje van Meer) het prijsobject meer betekenis geven door het letterlijk te verbinden aan de stad Amsterdam en haar inwoners. Doel van dit voorstel, en van de Amsterdamprijs in het algemeen, is zoveel mogelijk Amsterdammers bekend te maken met, en wellicht geïnspireerd te laten raken door het werk van de winnaars. Het voorstel bestaat uit het plaatsen van een markering in wegenverf op een door de winnaar gekozen locatie in de stad Amsterdam. In deze markering is een ‘hypertag’ verwerkt, die het mogelijk maakt (digitaal) een intieme interactie te laten plaatsvinden tussen locatie, kunstenaar en voorbijganger. Deze hypertag bestaat uit een bluetooth-zender, waarop de kunstenaar een boodschap aan de voorbijganger kan richten, die deze dan kan ontvangen op zijn mobiele telefoon. Iedere gekozen locatie heeft zijn verhaal en zo kun je bijvoorbeeld bij de markering in het Vondelpark een speciaal over deze locatie geschreven gedicht van de schrijver Hafid Bouazza (prijswinnaar 2003) ontvangen.

Mooi aan dit voorstel vind ik dat het voortkomt uit een op speelse wijze verkennen van mogelijkheden van nieuwe media. Het is bovendien een duidelijk, ondubbelzinnig ontwerp. Het kleine beetje codering die er in de vorm in voorkomt is vooral vanuit functie (en natuurlijk een beetje esthetiek), zoals de lijn die door de letters loopt nodig is om de binnenvormen in de verfmal op te kunnen nemen. De koppeling van technologie aan locatie geeft het een extra dimensie en maakt ook dat het ontwerp op het gebied van systeem-onderzoek een hoge waarde heeft. Dit is ook typerend voor veel werk van Airplant, dat het oplossingen zoekt binnen de technieken. Hiermee is het werk dat vaak over zichzelf gaat, zonder moralistische ondertonen of externe boodschappen. Simpelweg onderzoeken hoe moderne technieken mensen beinvloed, spelen met de (nieuwe) mogelijkheden die het biedt, manieren om mensen in contact te brengen. De koppeling naar buiten bestaat in dit voorstel natuurlijk eventueel in de boodschap die de kunstenaar afgeeft. Airplant heeft simpelweg een systeem ontworpen dat mogelijkheden biedt.

Annelys de Vet
[ http://www.annelysdevet.nl/politiek/nieuwe_symbolen_voor_nl/images/NSVN05.jpg ]
Deel uit serie voorstellen ‘Nieuwe Symbolen voor Nederland’, 2005.

Deze serie (waarvoor ik dit beeld representatief hou) heeft Annelys ontworpen als voorstel voor een project in de vleeshal in Middelburg. Voor dit project werd deelnemers de vraag gesteld of kunstenaars de taak hebben om symbolen te maken, en welke waarden deze dan zouden moeten hebben. Dit naar aanleiding van een betoog van Anna Tilroe, waarin ze een ‘groot gemis’ signaleerde aan symbolen die uitdrukken wat ons bindt, ‘zwaarwegende, duurzaame symbolen die het kunnen opnemen tegen de tirannieke symboliek van de terreur’. ***(Corine Vloet, 2005)  Corine Vloet schetst hierop interessante inhoudelijke kritiek in een artikel in het NRC. Zij bevraagt dit gemis aan symbolen met de vraag of niet juist de overdaad aan loze symbolen, symptoombestrijding en symboolpolitiek het probleem zijn. Verder stelt ze dat het een verkeerde (want omgedraaide) aanpak is; ‘Eerst de bezieling, dan het symbool’ en dus niet andersom.

Dit voorstel van Annelys zet nieuwe waardes neer in plaats van symbolen (atthans, zo interpreteer ik het). De Vet zegt hier zelf over dat het project ‘…gaat over de publieke ruimte, zowel fysiek als “mentaal” in de media. Dat is de plek waar de “waarden” van Nederland worden gecommuniceerd. Die ruimte wordt meer en meer overwoekerd met commericiële en instruerende boodschappen. De voorstellen op de beeldserie die ik voor dit project heb gemaakt, pakken die ruimte terug voor “onbaatzuchtige” informatie, inspelend op de waardes die bij het project aan de orde zijn gesteld.’ ***(Annelys de Vet, 2005)

Op zich mijns inziens interessante uitgangspunten, toch komt de boodschap op mij niet duidelijk over. Als we dit voorstel willen analyseren moet eerst duidelijk zijn wat precies het voorstel inhoudt, ik ga ervan uit dat het voorstel zelf bestaat uit een zwart woord op een witte ondergrond, op een plek waar zich normaal reclameuitingen bevinden. Het idee van terugclaimen van openbare ruimte spreekt duidelijk uit het witte oppervlak, het past in bestaande beeldcultuur zoals we die bijvoorbeeld kennen van collectieven als adbusters, vormen van culture jamming (adbusters is een politiek-activistisch magazine dat zich bezig houdt met verschillende politieke en sociale standpunten, onder andere anti-consumentisme en anti-kapitalisme). Toch roept dit al de vraag op, gaat het wit over het verdrijven van reklame, reageert het op reklame, heeft het niets met reklame te maken, of probeert het een lege context te creëeren?

Dan staat bovenop deze betekenislaag in grote zwarte kapitalen in dit geval het woord ‘waardigheid’. En hier snap ik het niet meer. Wie weet biedt het schema enige duidelijkheid; op het vlak van coderen is het ontwerp vrijwel nul; de enige manier waarop een ‘externe boodschap’ gerepresenteerd is in de witte laag; die gaat over het terugvorderen van ruimte. Als we kijken naar het woord, dat zeer monumentaal is, zou je verwachten dat hiermee een eenduidige boodschap samengaat. Ik kom hier echter niet achter. Voor mij is het begrip waardigheid dusdanig abstract dat ik het niet kan rijmen met de actie van terugvorderen van publieke ruimte, ja, als ik erg m’n best doe bestaat een waardige publieke ruimte misschien niet uit reclame? Het woord an sich staat er ook zo absoluut, over de volledige breedte, in grote en zware zwarte kapitalen, ik wordt er bijna bang van. Misschien is het wel een kritiek op deze woorden zelf? Of de abstractheid ervan? Of uitgaande van het normen & waarden debat, is het een kritiek op de manier waarop deze normen & waarden van bovenaf door politiek worden opgelegd en ingestampt? Op zich is het feit dat het ontwerp deze vragen oproept misschien al een doel op zich, maar ik zie dit als een verkeerde discussie; ik ben bezig met zoeken waar de poster over gaat, niet denken over waar hij voor staat, of wat hij zegt.

Misschien ga ik wel al de fout in bij de associatie met terugclaimen, misschien probeert het witte oppervlak wel alleen ruimte te creëren, waardeloosheid? In beide mogelijkheden gaat het voorstel op het vlak van systeem-onderzoek over de manier waarop invulling wordt gegeven aan publiek domein, en daarmee over beeldvorming, hier heeft het dus een vrij hoge waarde. In beide gevallen kun je ook zeggen dat het gaat over het creëeren van een leegte, van ruimte. Aan deze leegte wordt vervolgens invulling gegeven met een woord dat zo absoluut is vormgegeven dat het niets ter interpretatie overlaat? En verteld het me dan op dwingende wijze hoe ik me dien te gedragen?

Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat de voorstellen zijn gepresenteerd in een museale context, en dat ik ze bovendien niet zelf heb gezien, noch het bijbehorende boek.

Joes Koppers
[ browserday.com ]
site ‘International Browserday, Wireless’, 2002

Volgens Joes ‘zijn de dingen niet goed genoeg’. Hiermee doelt hij op zijn werkterrein; nieuwe media. Opgeleid aan de Rietveld en het Sandberg, ontstond al snel een fascinatie voor deze ‘on-affe’ media. Hij zegt geinteresseerd te zijn in de mogelijkheid de ontwikkeling van het medium te beïnvloeden. Dit doet hij via verschillende websites en online applicaties. Uitgangspunt is dat de interface zo onzichtbaar mogelijk moet zijn om ervoor te zorgen dat hij zo min mogelijk in de weg zit. Daarom komen functionaliteiten vaak pas tevoorschijn door spelen met de tools en de mogelijkheden ervan onderzoeken. ‘De browser zou een medium moeten zijn, niet alleen maar een interface’ ***(Joes Koppers, 2004) Dit vind aansluiting bij de betekenis van zijn naam in het engels; Use.

Zo ook in zijn site voor de Internationale browserdag 2002, waarop hij op speelse wijze experimenteert met het fenomeen ‘vensters’. Bij opvragen van de site worden vier vensters geopend die zich trillend op het scherm positioneren. Ze blijven bewegen, maar de inhoud blijft vrijwel stilstaan, wat de vensters laat zien als ‘kijkgaten’ op de achterliggende informatie. Thema van deze browserdag was dan ook ‘Wireless’. Een vijfde scherm bevat het menu.

Dit ontwerp gaat natuurlijk in grote mate over systeem en onderzoek naar de manier waarop communicatie, en dan vooral via nieuwe media als het internet, verloopt. Het ontwerp stelt conventies aan de kaak en zoekt naar nieuwe mogelijkheden.

H4 Toekomst (conclusie)
mijn visie(s) op de toekomst als ontwerper
[invloed van computer op maatschappij & communicatie (Nieuwe Media/Nieuwe Medialiteit)]

besproken met Lauran

Wednesday, April 5, 2006

Geluid/Openbare ruimte:
Belangrijk: hoe zet jij je tools als ontwerper in?
Noemde Speedy J, muziek ontwerpen op basis van tekening
hoe ga je publiceren, voor wie?

Verder: ontwerp is
reactie op situatie
staat niet op zichzelf
communiceert

besproken met A

Wednesday, March 29, 2006

Ik heb het gevoel dat politieke voorkeur wordt geforceerd, terwijl ik juist een spelende houding belangrijk vind. ik ben niet perse geangageerd. Dingen kunnen ook ontstaan vanuit een spelende houding, de boodschap hoeft niet perse eerst doodgelegt (doodgeanalyseerd) te worden.

A; je moet wel kunnen benoemen wat je gaat doen. Niet te veel tobben, doen waar je enthousiast over bent, wel benoemen waar je het over hebt, ook wat het niet is, en dat je evt. ruimte laat voor interpretatie.

A gaf aan daar zelf ook heel veel moeite mee gehad te hebben tijdens academie. Knelpunten nu zijn vooral tijd en het risico op niet halen doordat mensen er anders tegenaankijken dan ik.

Als je al heel veel beelden hebt die een verhaal vertellen, dan overtuigt dat sneller dan dat je zelf zelfs nog niet kunt benoemen waar je het over hebt. Dit is ook belangrijk te beseffen, als je nog geen beelden hebt moet je goed kunnen benoemen waar het over gaat, je moet nog veel meer mondeling kunnen overtuigen.

Als je iets maakt dat niet duidelijk is is het vaak beter gewoon te beginnen ipv te blijven hangen in de vragen die het oproept. Misschien worden die vragen wel al ontwerpend beantwoord?

mail over conceptbespreking

Monday, March 27, 2006

Hallo allemaal,

Naar aanleiding van mijn zeer slechte presentatie vrijdag, zou ik graag via deze weg eea met jullie bespreken;

Ik weet niet waarom het vrijdag mis ging, het leek nog het meest op black-out, zowel van mij als van de computer. Ik had m’n presentatie zo gepland dat ik alle benodigde text/steekwoorden en visualisaties vanaf het web zou openen en genereren. Dit aangezien mijn projecten hierover gaan. Allereest lukte het niet de link te openen van de eindexamensite, wat als wat stress veroorzaakte, vervolgens werkte deze niet goed (de post die ik wilde gebruiken was onbruikbaar). Toen dit verholpen was wilde ik graag laten zien van waaruit ik kom en in welke richting ik me beweeg met m’n beide projecten, hiervoor wilde ik verbanden aanmaken in een text, via een tool die ik hiervoor gemaakt heb. Alleen deze tool werkte plotseling niet. Weg visuals en 50% van de presentatie…

Hierdoor raakte ik totaal m’n verhaal kwijt, alsmede het publiek. Bovendien duurde hierdoor de discussie zo lang dat ik helaas minder heb kunnen laten zien van m’n tweede (geluids)project.

Dat je er nooit vanuit kunt gaan dat je presentatie op een (andere) computer wel goed zal gaan, heb ik bij deze geleerd. Dit is alleen nu te laat.

Waar ik dus nu sta is dat ik met twee projecten in m’n hoofd zit waar ik zeer enthousiast over ben, me over heb ingelezen en m’n ideeën hierover constant aan het ontwikkelen ben. Dat er vrijdag een oordeel gemaakt zou worden wist ik echter niet. Deze twee projecten zijn helaas voorlopig afgekeurd, wat mij voor de volgende keuze zet;

- ik kies twee nieuwe projecten (waar ik dan helemaal opnieuw achter moet staan)
- ik scherp 1 van m’n projecten aan en kies voor de ander een nieuwe
- ik ga toch voor m’n eigen projecten, ondanks dat jullie er geen vertrouwen in hebben

Wat mijn gevoel zegt, is dat ik toch doorwil op de ingeslagen richting. Ik besef echter dat dit over kan komen als ‘onbegeleidbaar’ en dat ik hiermee misschien zelfs de goodwil die er nog is verspil. Daarom zou ik dit graag met jullie overleggen.

Ter verdediging zou ik willen aanvoeren dat ik een doordacht proces heb doorgemaakt om tot de richtingen ben gekomen die ik aangaf in te willen gaan, wat ervoor zorgt dat je in vergelijking met een keuzeopdracht minder tijd overhoudt om tot een goede presentatie te komen. Ik besefte, zoals genoemd ook niet dat er persé al een gedefinieerd project verwacht werd, en heb het expres een beetje open gelaten, om een breed onderzoek mogelijk te maken. Ik weet uit ervaring dat dit voor mij goed werkt om tot een idee te komen, het vormt een brede basis.

Verder hoop ik niet dat het huidige advies teveel gebaseerd is op mijn slechte presentatie, en niet op de inhoudelijke projecten omdat die eenvoudig weg niet goed in beeld zijn gebracht.

Als ik nu moet beginnen in een keuzeopdracht, ervaar ik dit als zeer demotiverend, aangezien ik juist veel zin heb nieuwe wegen in te slaan, ook met het oog op mijn eigen beroepspraktijk.

Aan de andere kant; Jullie hebben vanuit je ervaring in eerdere afstudeertrajecten aangegeven geen vertrouwen in mijn projecten te hebben, dit advies naast me neerleggen zou de wil tot begeleiden kunnen doen afnemen. Ook zou er nu sprake kunnen zijn van een bepaalde cynische houding, wat niet het geval is indien ik jullie advies opvolg. En de gestelde opdrachten zullen binnen een kortere tijd kunnen worden uitgewerkt dan ik waarschijnlijk voor m’n eigen projecten nodig zou hebben.

Ik snap dat jullie voor mij niet zomaar een uitzondering kunnen maken, maar indien mogelijk zou ik graag de gelegenheid krijgen m’n projecten meet toe te spitsen en ze vervolgens opnieuw ter beoordeling (via email) voorleggen. Indien dit nog steeds resulteerd in een negatief advies weet ik dat ik m’n best gedaan heb, dat de concepten inhoudelijk aan de orde zijn geweest en eenvoudig weg niet voldoende. Dit zou nog steeds zeer vervelend zijn, maar beter te verteren dan te worden afgerekend op een slechte presentatie.

Wat ik dus concreet vraag, is wat de mogelijkheden zijn op dit moment, is er nog een kans, en zou het betekenen  als ik het advies naast me neer zou leggen?

Hopelijk konden jullie een beetje door dit verhaal heen komen, ik ben erg benieuwd naar jullie reacties en verdere adviezen.

Met vriendelijke groet,
Michael van Schaik

Mislukte conceptpresentatie

Thursday, March 23, 2006

Schema Conceptpresentatie:

S T A R T > gebruik con.txtualize voor verbanden:
michaelvanschaik.nl/stageverslag/

Drie maanden, belangrijk om eerst EIGEN projecten te bedenken.

Als ontwerper wil je op de hoogte zijn/verbanden aanleggen/reageren op je eigen context, maatschappelijk geengageerd enzo.

Map met krantenartikelen, eerste verbanden/associaties:

-> B i g B r o t h e r (Orwell)
{ illegalen criminaliteit monitoring EU anonimiteit internet }
-> G l o b a l i s e r i n g
{ identiteit Nederland EU amerika terrorisme marketing melting cynisme }
-> O p w a r m i n g
{ water cynisme ( Copenhagen kyoto China amerika Nederland ) EU }

-> I l l e g a l e n - problematiek
- uitzetting > VWO-meisje > kritiek op uitzetbeleid
{ criminaliteit monitoring }
- Illegalen > impact op economie
{ criminaliteit monitoring Nederland EU }
- kritiek hierop > demonstreren
{ cynisme Nederland }
- opening grenzen voor Polen > impact economie
{ Nederland EU cynisme anonimiteit }
- geweten
{ cynisme monitoring }

-> A u t e u r s r e c h t
- Microsoft > Bill Gates (Corbis) > monopolie op beeldcultuur
{ monitoring cynisme }
- Culturele erfenis > citeren, vanuit ontwerpersoogpunt?
{ EU cynisme }
- Beeld = Macht > macht over beelden
{ anonimiteit }
- Intelectueel eigendomsrecht > mogelijk op digitaal?
{ EU criminaliteit monitoring }
- Open Source bewegingen
- Openbare beeldbank aanleggen?
{ cynisme }
- Samenwerken, democratiseren, normaliseren.
{ EU monitoring }

->O o s t - e u r o p e s e P o l i t i e k
- veel harder > wat is impact van hardere politiek? > golfbeweging?
{ cynisme EU }
- verrechtsing > versterkt of verzwakt > niets om te verdedigen
{ EU cynisme }
- Idealisme > maatschappelijk cynisme > nieuwe vorm van protesteren
{ monitoring }
- corruptie > global poitics > david & goliath > terrorisme
{ EU monitoring cynisme }
- Nederlandse natiestaat > globalisering > angst verlies identiteit
{ anonimiteit cynisme }
- Rol van de staat in behoud n&w > harder optreden > verrechtsing
{ anonimiteit monitoring }
- Rol van openbare spot > kritiek > staatsterreur > Cartoonaffaire
{ anonimiteit cynisme EU monitoring }

O P N I E U W > Niet vanuit krantenberichten, vanuit Michael

Als ik oude projecten bekijk blijkt, ik ben helemaal geen ontwerper die ‘de verloedering van de maatschappij’ aanpakt, ik ben een ontwerper die onderzoekend binnen (nieuwe) communicatiesystemen zijn weg vindt, niet een die gigantische thema’s kan behandelen, meer poetisch icm onderzoekend. Meer verhalen vertellend dan mensen overtuigend ofzo.
Ik sta vaak ook niet ‘in de maatschappij’ maar meer ernaast als beschouwer; kan wel projecten e.d. gaan bedenken, maar ben toch geen actieve deelnemer hierin. Het liefst wil ik deze projecten binnen mijn veilige kaders uitvoeren e.d. en ze dan weer naar buiten brengen, maar ben niet zo snel een ontwerper die een directe dialoog aangaat.

Basisthema’s in mijn werk;
nu (onderzoekend binnen:)
Identiteit
interactiviteit
nieuwe media
originaliteit

ouder
(vertellende/poetische) fotografie
ontkoppelen van gevoel/leugens van waarheid/realiteit
stem geven aan gezichten achter cijfers

D U S>

Scriptie:
Wat is de rol van ontwerpers in de komende 10 jaar?
Hoe beinvloed bv de computer de manier van communiceren? Hoe beinvloed reclame de publieke opinie? Ik voel er de laatste tijd steeds minder voor een ontwerper te worden die ‘concepten’ bedenkt waar niemand op zit te wachten (mystificeren), die ‘dingen netjes maakt’ waar er al duizenden van bestaan (bovendien; iedereen kan een text tegenwoordig netjes maken en publiceren met msword).

Kunnen we zoeken naar nieuwe werkvelden? of maatschappelijke verbanden / functies? Zijn er ontwerpers die dit al doen? Wie? Hoe kan ik een plek vinden (en welke) waarop ik van betekenis ben, waarop ik meer doe dan alleen nog drukwerk en websites maken?


Project Alpha (onderzoekend, nieuwe media icm oude, identiteit):
Computer paranoia
> Wat ik wil doen is zoeken naar een mogelijke ‘identiteit’ van de computer; een (autonoom) project waarbij ik me wil richten op de computer als gegeven op zichzelf, dus niet om andere media na te doen, maar het vinden van een eigen identiteit door het toepassen van computer-specifieke mogelijkheden op gegevens of het zoeken van de identiteit in de relatie tussen persoon en computer.

publiceren/exposeren, bijvoorbeeld 5 a 10 computer-kunstwerken, een documentaire over een specifiek persoon en zijn computer, een boek over (gevonden) computerkunstenaar(s), tentoonstelling over computer-kunst, ontwikkelen van een tool, enz. vb.: tool om computerstructuur (identiteit) zichtbaar te maken:
michaelvanschaik.nl/stageverslag


Project Beta (uitvoerender, praktischer, nieuwe media, raakt aan Open Source):
Maken van een online, multi-composer, muziekstuk
> bepaling van een structuur waarbinnen gebruikers aan muziek kunnen werken, doet iedereen een deel, iedereen 1 instrument, iedereen alles? Hoe kunnen mensen op elkaar reageren? Hoe wordt het toegankelijk?

verdieping in OS-structuren, bestaande projecten, uitbouwen eerdere experimenten met geluid
beta.michaelvanschaik.nl

Besproken met E

Monday, March 20, 2006

projecten zijn onderzoeksmatig zeer interessant, zo niet een studie op zich.
Dat laatste heeft ook mijn interesse, en roept de volgende vraag op; Is je eindexamen een weerslag van een onderzoeksperiode, en geeft deze een real-time portret, in juni, over waar je dan staat?
Of is je eindexamen een afgerond geheel, een opdracht waarin onderzoek, inzichten en oplossingen verwerkt zijn?
Ik zie nu in jou beschrijvingen 2 onderzoeksprojecten, waarbij de concrete ontwerpopdracht een minder grote relevantie heeft? En vraag mij af of je niet 1 onderzoeksproject en 1 concretere
ontwerpopdracht moet nemen? Ik kan dit niet voor jou bepalen uiteraard, maar schets een mogelijk contrast welke alle kwaliteiten vanuit jezelf naar boven kunnen halen.
Zeg maar de linker en rechter-hand. De preciesie van puntgave redactie, en een weergave van identiteit en vormgeving, gerelateerd aan de werkelijkheid, en een mogelijke nieuwe utopie, en als 2e;
een real-time based onderzoeksproject, waarbij de weergave net zo spannend, en te lezen is, als een goed boek of film.
Schat de commuicatieve aspecten voor beide projecten goed in. Op wie richt je je? En wie is de afzender? En wat is eigenlijk een eindexamenpresentatie ? tot wie richt ik mij op dat specifieke moment? Denk vooruit en verder, dan je projecten.
Het proces van het eindexamen voor de kandidaat is redelijk eenduidig. Student schrijft project en overlegd met docent, week in, week uit etc. De feitelijke vraag over; wat en voor wie? is m.i. uiterst relevant en bepaald, de redactionele inhoud van je projecten.

Natuurlijk is het lastig voor mij, op basis van uitsluitend de teksten, zonder uitleg,, een gefundeerd oordeel of mening te geven, maar het is dus ‘licht subjectief’ denk ik.

Ben ik dan eigenlijk wel een ontwerper?

Tuesday, March 14, 2006

Waar ik een maand geleden enthousiast aan m’n eindexamen begon, vind ik mijzelf nu in een dermate afgestompte staat dat het enige dat ik eigenlijk nog enthousiast van kan worden het idee is dat ik na m’n eindexamen klaar ben met de academie. Ik merk dat ik in de race naar het papiertje al m’n plannen en ideeën ombuig naar de politiek geëngageerde houding die van je verwacht wordt. Dat ik alles weer begin dood te denken, zoals ik dat ook al deed voor ik het afgelopen half jaar een passender houding vond. Tijdens een verblijf van 3 maanden op een afstand van m’n eigen cultuur en omgeving, en vervolgens 3 maanden werkend binnen een veel vrijere, onderzoekende ontwerphouding, heb je tijd om eens na te denken over waar je nou eigenlijk mee bezig bent.

Ik had me na dit half jaar zo voorgenomen me niet meer te laten verleiden tot de cynische, kritisch om het kritisch-zijnde, aanvoelende ontwerphouding tot welk ik mij dreigde te ontwikkelen. Dit proces heeft altijd al onder de oppervlakte gezeten, knagend, sluimerend. Als ik bijvoorbeeld een ‘manifest’ dat ik twee jaar geleden schreef er eens bijpak, valt hierin al te lezen:

Het leven is work in progres; in het leven moet je de tijd nemen om dingen aandachtig in je opnemen, genieten, verbaast zijn, lachen, vrij zijn. Dit is hoe ik mijn leven wil leven en ook hoe ik wil ontwerpen, beide tegelijk en toch met ieder een eigen tijdsindeling die ik zelf bepaal.

De uitkomst van een proces staat niet vast; ik wil proberen vaststaande ideeën los te laten om uit onderzoek en experiment nieuwe ideeën te ontwikkelen. Hierbij is het proces belangrijker dan de uitkomst, als het proces goed is, zal de uitkomst ook goed zijn.

Ja, ik was erg beinvloed door Bruce Mau, in het manifest van een jaar later nog steeds:

I think designing has to do with looking at things a certain way. I find travelling a very nice way to experience change of views. I wish I had money to change them more often. Fortunately travelling is not the only way to change them.

A designer is a person, work can only be as interesting as the person who made it, so use design as an excuse to do research and stay educating yourself. That way design can bring you further …I see life as a process, it’s important to keep it going.

Deze ideeën zijn alleen nog maar sterker geworden door de tijd heen; als ik nadenk over wie ik ben en wat ik wil, vraag ik me af of dat wel een ontwerper is. Als ik oude projecten bekijk blijkt, ik ben niet perse een ontwerper die ‘de verloedering van de maatschappij’ aanpakt, ik ben een persoon die onderzoekend binnen (nieuwe) communicatiesystemen zijn weg vindt, niet een die gigantische thema’s kan behandelen, meer poetisch of onderzoekend binnen de kaders van de media. Meer verhalen vertellend en mogelijkheden verkennend dan mensen overtuigend.

Ik voel me ook helemaal niet goed bij het idee dat je als ontwerper per definitie intelectueel zou zijn en dat ik me daardoor bezig zou moeten houden met het verbeteren van de wereld. In m’n opdrachten sta ik vaak ook niet ‘in de maatschappij’ maar meer ernaast als beschouwer; kan wel projecten e.d. gaan bedenken, maar ben toch geen actieve deelnemer hierin. Het liefst wil ik deze projecten binnen mijn veilige kaders uitvoeren e.d. en ze dan weer naar buiten brengen, maar ben niet zo snel een ontwerper die een directe dialoog aangaat.

Nu ben ik echter meer bezig met bedenken wat ik ga doen, wat dat dan zegt, wat dat betekent, waar het op reageert, wat mijn rol en mening hierin is, redactie, redactie, redactie. Natuurlijk moet je een bepaalde kritische houding hebben om tot goede ontwerpen te komen, en is het belangrijk te bepalen waar je zelf staat.

Moet je altijd van te voren alles helemaal uitdenken? Ik ben vorig jaar tot het besef gekomen dat ik heb belangrijker vind te werken vanuit een interesse en de wil te ontdekken. Dit betekent volgens mij dat het juist super interessant kan zijn om aan het werk te gaan met ideeën die je hebt. Niet perse reagerend op iets anders (natuurlijk reageer je altijd ergens op, maar voor dit besef is afstand nodig, vaak achteraf). Ik ben wel kritisch, maar ik hou er ook van om dingen te doen, ideeën uit te werken, leuke en mooie dingen te maken. Om mensen iets te laten ervaren met behulp van de media die ik beheers. Moet dit dan per sé politiek geëngageerd zijn? Of iets zeggen? En moet je dit altijd van te voren beseffen? Of kan iets ook een gevoel weergeven? Waar reageerde Reve op in zijn de Avonden? Op het feit dat zijn generatie zich doodverveelde, of gaf het hem simpelweg voldoening om ’s avonds na zijn werk te schrijven, en heeft hij zijn gevoel en fascinaties op papier gezet. Waarover gaan zijn boeken? Willen ze shockeren met expliciete thema’s of willen ze de schrijver een plek geven voor zijn ideeën/persoon?

Waarop reageert een bos? En heeft een schilderij altijd een boodschap? En kun je er dan toch van genieten? Of is dat dan de functie? Er zijn vele vlakken van waaruit ideeën kunnen ontstaan, of die vlakken dan liggen binnen de interesse van anderen, is dat belangrijk?

Ik wil een onderzoekend project doen, dat is waar ik goed in ben; niet het bedenken van het concept van het onderwerp, maar het bedenken van beeld/systeem of onderzoek dat voortboorduurt op het onderwerp. Het thema moet niet te groot zijn, ik heb vaak de neiging maatschappelijke thema’s te willen behandelen, die een veel te grote omvang hebben. Verder ben ik zelf de doelgroep, ik reageer op m’n omgeving, ik hou namelijk wel van ontwerp. Maar het moet communiceren, niet mystificerend intelectueel. Daar ben ik klaar mee.

Eigenlijk weet ik het gewoon niet.

Als ontwerper begeef je je binnen de media, je gebruikt de media voor communicatie of reageert erop. In ieder geval gebruik je altijd media om te communiceren (iedereen), ook praten of het organiseren van een tentoonstelling is media. Vandaar dat het belangrijk is te bepalen wat je wilt zeggen (en wat niet, of wat je ter interpretatie open laat). Een geluidskunstenaar gebruikt ook media, en geeft zijn eigen visie in geluid op een onderwerp.

Allereerste ideeën

Saturday, March 11, 2006

Eerste richtingen:
eco-activisme / verstoring / global heating / idealisme
auteursrecht / maatschappelijke betekenis / ideeëneigendom
maatschappij-cynisme / wereldleed / onvermogen /
big brother / veranderende omgansvormen mbt veiligheid en illegaliteit

scriptie
interactiviteit, vormvoorbereiden, ontwerpen van systeem ipv vorm
vorm vs. content vs. vormkopie

oude lijst:
- geheel van verzieking van de jeugd door MTV enzo /// extremiteit, vicieuze cirkel van alsmaar meer / beter enzo
- vreemdelingenbeleid
- lifestyle / consumptiemaatschappij /// het onevenredig veel consumeren dat gevoed wordt door propagandistische verkooptechnieken en systemen
- vergelijking trekken amerikanen / nazi’s / nederland nu /// golfbewegingen houden weer verband met maatschappij-cynisme en extrematie hiervan
- propaganda / reklame technieken aantrekkelijk communiceren en zo onder de aandacht brengen

———-

M’n scriptie wil ik doen over ‘vorm vs content / vorm vs. vormkopie. ontwerpen als het bouwen van systemen, in dienst van communicatie, uitgewerkt in een spanningsveld tussen 2 voorkomende vormen; het zoeken naar de beste vorm/concept/metafoor/poezie voor het overbrengen van een boodschap (ontwerpen vanuit de boodschap / vorm-content; en ontwerpen als onderzoek naar systeem/vormen/ontwerp op zichzelf (ontwerpen voor ontwerpers / vorm-vormkopie, dat je als het ware een systeem ontwerps dat anderen of jijzelf weer vaker toe kunnen passen, zoals bijvoorbeeld gepoogd met de gelaagdheid binnen de wdkaposters).

Van hieruit wil ik waarschijnlijk ook twee verschillende vormen voor mn beide projecten kiezen; 1 groot project (alpha) als vorm-content, dus vanuit een inhoudelijke boodschap; en 1 kleiner project (beta) als onderzoek naar communicatievormen (misschien specifiek op het gebied van interactiviteit), maar dus meer op de manier zoals de eindexamenposters, ontwerp voor ontwerpers.

Ik ben er alleen nog niet helemaal uit of ik niet veel specifieker moet kiezen, denk wel dat ik zelf in ‘2 gedaantes’ kan ontwerpen, maar dat andere mensen hier heel veel moeite mee zouden kunnen hebben, en het is natuurlijk toch m’n kans om mezelf helder en duidelijk te positioneren.

M’n voorlopige inhoudelijke kaders laten zich op dit moment nog het beste omschrijven als:
- (alpha) Idealisme en verlamming in een tijd van maarschappelijke vervlakking en cynisme / absorbsie van idealisme in reklame / merkidentiteit / marketingtechnieken (dat als negatief ding, aangezien het er dan uiteindelijk alleen maar om gaat dat iets/iemand heel rijk ervan wordt)
- (beta) Copyright/auteursrecht en de invloed van ideeëneigendom en originaliteitsdrang op maatschappelijk vlak (of iets specifieker ;-)

Oude of overige backup mogelijkheden:
- (bu) maatschappelijke (nieuwe) omgansvormen in een tijd van controle en wantrouwen (evt. gekaderd in volksbuurt ofzo)
- (bu) asiel/illegalenbeleid
- (bu) censuur en big-brother (’veiligheid’ en mensenrechten)
- (bu oud) - lifestyle / consumptiemaatschappij /// het onevenredig veel consumeren dat gevoed wordt door propagandistische verkooptechnieken en systemen, deze technieke blootleggen en mensen ze leren te herkennen. (de vicieuze cirkel van alsmaar meer, beter, extremer)
- (bu oud) - vergelijking trekken met duitse toestand voor de 2e wereldoorlog, nederland nu (in de zin van de almaar groter wordende golfbewegingen naar rechts zowel als links, en steeds sterkere polarisatie tussen verschillende bevolkingsgroepen.)